Paragrafen

Paragraaf 3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Naam risico  

Financiering uitvoering wet BUIG

Programma

Werk en Inkomen

Omschrijving

De coronacrisis leidt tot een toename van het aantal mensen dat in Nederland afhankelijk is van een bijstandsuitkering. Ook in Groningen neemt dit aantal toe. Met het Rijk vinden gesprekken plaats over de manier waarop bij het ramen van het macrobudget BUIG en bij het verdelen ervan rekening wordt gehouden met de effecten van de coronacrisis. We gaan er in elk geval van uit dat er macro voldoende budget beschikbaar wordt gesteld.
Wanneer de gemeentelijke budgetten toenemen dan neemt ook het eigen risico toe. Onderdeel van de financieringssystematiek van de BUIG is de vangnetregeling. Binnen deze regeling wordt een ondergrens van 7,5% en een bovengrens van 12,5% gehanteerd. Wanneer gemeenten een tekort hebben dat tussen 7,5 en 12,5% van het budget ligt, dan wordt de helft van dit tekort gecompenseerd. Boven de grens van 12,5% worden tekorten volledig gecompenseerd. Het totale eigen risico van een gemeente met een tekort groter dan 12,5% van het budget, en in Groningen is daarvan sprake, bedraagt 10%. Wanneer het gemeentelijk budget toeneemt, dan neemt ook het eigen risico van een gemeente toe. In de begroting 2021 gaan we voor de periode 2021-2024 uit van een maximaal eigen risico, berekend op grond van de meerjarenbegroting van SZW 2020. Hierin is nog geen rekening gehouden met een stijging van de BUIG budgetten als gevolg van de coronacrisis. Op basis van een alternatieve raming van SZW voor 2020 en een eerste indicatie van SZW van een toename van het budget in 2021 is een inschatting gemaakt van budget en uitgaven vanaf 2021.
Wanneer we ook in de komende jaren het maximale eigen risico lopen dan neemt het tekort op de BUIG ten opzichte van de begroting 2021 toe met de hieronder genoemde risicobedragen. De kans dat het tekort toeneemt is afhankelijk van de ontwikkeling van de werkloosheid en daarvan afgeleid het bijstandsvolume. Tijdens de vorige crisis nam de werkloosheid minder sterk toe dan gemiddeld in Nederland. Verder gaan we door met het werkprogramma en ook dit heeft een positie effect op het aantal mensen met een uitkering. Tot slot wordt het verdeelmodel per 1/10/2020 weer geactualiseerd waardoor het budgetaandeel ook weer kan toenemen. De kans dat het tekort verder toeneemt schatten we in op 25%.

Risicobedrag 2021

1,647  miljoen euro

Kans 2021

25%

Risicobedrag 2022

1,368 miljoen euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023

728 duizend euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024

88 duizend euro

Kans 2024

25%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

VGR 2014-2 en Begroting 2015

Actie

Naam risico  

Uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties (grondzaken / grondexploitaties)

Programma

Economie en werkgelegenheid en Wonen

Omschrijving

Om de risico's die voortvloeien uit de grondexploitaties in uitleg- en binnenstedelijke ontwikkelingslocaties te kwantificeren wordt de risicoboxenmethode gehanteerd. Het risico op een plantekort kan voortvloeien uit vertraging in het uitgiftetempo van gronden, uitgifte van gronden tegen lagere grondprijzen dan in de exploitatiebegroting is voorzien, aanbesteding van civieltechnische werken, vertraging in het tempo van realisering, etc.

De herzieningen van de grondexploitaties hebben zich in het jaar 2019 door de goede economische tijden financieel positief ontwikkeld. Hierdoor nemen boekwaarden af en tevens de afzet- en vertragingsrisico’s. Dit geldt voor de gemeentelijke grondexploitaties, maar ook voor Meerstad. Voor Meerstad in het bijzonder is daarnaast sprake van een renteverlaging. Dit is de belangrijkste reden voor een stevige verbetering van de winstverwachting (van 35 naar 58 miljoen euro op Contante Waarde) die volgens de vastgestelde methodiek ingezet kan worden voor het afdekken van (een deel van) de risico’s van Meerstad.

Grondexploitaties zijn gevoelig voor economische schommelingen. Daarom willen we door middel van scenario’s een doorzicht maken naar de meerjarige gevoeligheden. Naar de nabije toekomst toe spelen de nieuwe grote gebiedsontwikkelingen zoals Suikerzijde, Stadshavens, Stationsomgeving en de Held III, een substantiële rol.  Deze toekomstige gebiedsontwikkelingen zijn complex en soms omvangrijk. De project-specifieke risico’s in deze gebiedsontwikkelingen zijn nog niet nauwkeurig te bepalen. Echter een eerste globale berekening, op basis van schattingen in investeringsbehoefte geven een bandbreedte aan benodigd weerstandsvermogen aan, tussen de 25 en 40 miljoen euro. Richting vaststelling van deze gebiedsontwikkelingen zal hierover steeds meer duidelijk worden.

Zoals reeds gesteld moet een verdere uitwerking van scenario-analyses nog gebeuren. Nu de positieve ontwikkelingen meenemen zonder daarbij al te weten wat de toekomstige gebiedsontwikkelingen qua risico’s met zicht meebrengt, leidt tot schommelingen in het benodigd weerstandsvermogen. Tot die tijd kiezen we ervoor om het benodigd weerstandsvermogen te handhaven op het niveau dat in de Begroting 2020 werd gehanteerd, 80 miljoen euro. 

Risicobedrag 2021

80 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

80 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

80 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

80 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

2004

Actie

Binnen de grondexploitatie wordt gestuurd op de beheersing van de risico’s. De risico’s en het effect op het weerstandsvermogen van nieuwe (grote) projecten maken we afzonderlijk inzichtelijk.

      

Naam risico  

Risico's sociaal domein

Programma

Welzijn, gezondheid en zorg

Omschrijving

Met de decentralisatie in 2015 hebben gemeenten grote verantwoordelijkheden gekregen. De bijbehorende budgetten die over zijn gegaan naar gemeenten schieten echter tekort. De zorgkosten budgetten staan onder druk en daarom zijn op begroting- en rekeningbasis tekorten vaak aangevuld.
Het risico sociaal domein is in de begroting 2021 herijkt. We onderscheiden deze in een risico op zorggebruik WMO/jeugd een risico op de transformatie.

Het risico op zorggebruik Wmo en jeugd houdt in dat onzeker is hoeveel mensen zorg nodig hebben. Daarom rekenen we met verschillende groeiscenario’s. Het risico op transformatie betekent dat het onzeker is dat de geraamde besparingen van dure naar goedkopere zorg daadwerkelijk gerealiseerd wordt.  Hierbij is rekening gehouden met de maatregelen uit het coalitieakkoord en ombuigingen. Die maatregelen leiden tot een verhoging van het risico. Of en in welke mate deze maatregelen het beoogde transformatie-effect opleveren wordt gemonitord en waar nodig zal bijgestuurd worden.

De risicobedragen van de genoemde onderdelen (zorggebruik jeugd en WMO, transformatie/bezuinigingen) zijn tot stand gekomen door voor verschillende bandbreedtes te bepalen wat de kans is dat het risico binnen de betreffende bandbreedte valt. Omdat daarbij al rekening wordt gehouden met de kans dat het risico binnen bepaalde bandbreedtes valt, wordt de uitkomst volledig meegenomen bij het bepalen van het benodigd weerstandsvermogen.
Tot slot hebben we een specifiek risico bij Wij Groningen opgenomen. WIJ Groningen verwacht een tekort in de begroting 2021. Dit tekort ontstaat doordat de loonkosten meer stijgen dan de indexering die WIJ over de subsidie ontvangt. De gemeente heeft voor 2021 aanvullende middelen beschikbaar gesteld, waarmee het tekort in 2021 kan worden opgevangen. Wij gaan de financiële positie van de WIJ nader onderzoeken, zodat we bij de begrotingsbesprekingen 2022 zicht hebben op de structurele opgave bij de WIJ. Voor het weerstandsvermogen houden we vooralsnog rekening met een structureel risico van 200 duizend euro (kans * effect).
Het totale structurele risico VSD komt daarmee voor 2021 op 10,6 miljoen euro (kans * effect).

Risicobedrag 2021

10,6 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

12,1 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

13,2 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

13,9 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

maart 2014

Actie

Wij hebben de laatste jaren maatregelen genomen om te zorgen dat de zorgkosten beter in control komen. Hierbij hebben we nadrukkelijk een koppeling gelegd tussen beleid, uitvoering en geld. Ter beheersing van deze problematiek streven wij er naar om door transformatie minder in te hoeven zetten op zwaardere zorg door te investeren in preventie aan de voorkant, de ontwikkeling van (basis) voorzieningen dichtbij, door burgerkracht en door stimuleren van zelf- en samenredzaamheid. Deze op transformatie gerichte beweging is onder meer in gang gezet door een gerichte opdrachtverlening aan Stichting WIJ Groningen, door het in werking stellen van het Gebieds Ondersteunend Netwerk (GON) en een verdere decentralisering van Beschermd Wonen. Meer recent ingezette ontwikkelingen zijn onder andere de aanpak voor multi probleemgezinnen waar spraken is van stapeling van door gemeente verstrekte voorzieningen én de inzet op Ondersteuner Jeugd en Gezin.
In al deze verbeterslagen lopen inhoudelijke ambities en financiële doelstellingen samen op. Omdat er nog kansen bleven liggen als gevolg van gebrek aan ambtelijke capaciteit is hier ook in geïnvesteerd. Extra capaciteit was nodig om ontwikkelingen in kaart te brengen, te volgen en concreet om te zitten in zinvolle interventies en maatregelen samen met partners zoals bijvoorbeeld zorgpartijen, de zorgverzekeraar en de RIGG. Ontwikkeling van informatievoorziening maakt hier ook onderdeel vanuit. Dit alles met als doel beter in control te komen op het sociaal domein. We geven prioriteit aan de genoemde verbeterslagen.

Naam risico  

Bedrijfsrisico werkmaatschappijen (SPOT en Sport050)

Programma

Sport en Bewegen / Cultuur

Omschrijving

We houden rekening met een risico bij de werkmaatschappijen Oosterpoort / Stadsschouwburg (SPOT) en Sport050. 
Een deel van de inkomsten van de directie SPOT  is afhankelijk van de economische conjunctuur en andere externe factoren. Wij houden rekening met een bedrijfsrisico van 10% van de omzet van circa 9,6 miljoen euro voor SPOT.
Sport050 kent een afhankelijkheid van de economische conjunctuur en het weer. Wij houden rekening met een specifiek bedrijfsrisico ter hoogte van circa 10% van de tarief-gerelateerde omzet. Die verwachte omzet is circa 7,4 miljoen euro.
Het risico voor de beide werkmaatschappijen samen is 1,7 miljoen euro. We houden rekening met een kans van 25%.

Risicobedrag 2021

1,7 miljoen euro

Kans 2021

25%

Risicobedrag 2022

1,7 miljoen euro

Kans 2022

25%

Risicobedrag 2023

1,7 miljoen euro

Kans 2023

25%

Risicobedrag 2024

1,7 miljoen euro

Kans 2024

25%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Actie

Naam risico  

Specifieke uitkering stimulering Sport (SPUK)

Programma

Sport en bewegen

Omschrijving

Om sport en beweging te stimuleren konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de btw die aan hen in rekening werd gebracht in aftrek brengen. Dit recht op aftrek is met ingang van 1 januari 2019 vervallen. Om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten daarom jaarlijks een uitkering aanvragen ter compensatie van het btw-nadeel.

Gemeenten hebben in 2019 een voorschot van circa 82% van de aanvraag uitgekeerd gekregen. De definitieve afrekening volgt pas in 2021. Voor de Gemeente Groningen is er op basis van de huidige verhouding (aanvragen versus budget) een nadeel van circa 0,5 miljoen euro (onze aanvraag was circa 3 miljoen euro). Een deel van dit nadeel leidt tot hogere investeringslasten (circa 40%) en daarmee tot een nadeel in de toekomst, het resterende deel leidt tot een direct nadeel in de gemeentelijke begroting (324 duizend euro).

Dit bedrag is op basis van alle gedane aanvragen. De kans bestaat dat er door de gemeenten is overvraagd en dat de werkelijke verdeling na indienen van de jaarrekeningcijfers anders uitpakt. Daarom houden we rekening met een kans van 50%.

Voor 2020 moet in de aanvraag het bewegingsonderwijs in de sportaccommodaties worden uitgesloten omdat dat niet als sport wordt gezien. Dit nadeel ad 159 duizend euro is in het meerjarenbeeld 2021 e.v. opgenomen en aan de begroting van Sport050 toegevoegd. Voor 2020 is het budget van de specifieke uitkering bijgesteld en daarom is er een voorschot uitgekeerd van ca. 80%. Dat geeft een nadeel van 599 duizend euro waarvan dus een deel ten laste van de investeringen komt. Daarom moet het risicobedrag naar boven worden bijgesteld. Het is nog lastig in te schatten of het structureel is. Vooralsnog gaan we uit van incidenteel.

Risicobedrag 2021

400 duizend euro

Kans 2021

50%

Risicobedrag 2022

400 duizend euro

Kans 2022

50%

Risicobedrag 2023

400 duizend euro

Kans 2023

50%

Risicobedrag 2024

400 duizend euro

Kans 2024

50%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2020

Actie

We hebben de financiële gevolgen van de wijziging aangeleverd bij het VNG. We volgen de ontwikkelingen op rijksniveau.

Naam risico  

Exploitatie Groninger Forum

Programma

Cultuur

Omschrijving

Forum Groninger is eind 2019 geopend. Voor de exploitatietekorten en aanloopkosten in de komende 5 jaar is een bedrag van 3,3 miljoen beschikbaar. Na de periode van 5 jaar verwachten we dat Forum Groningen goed zicht heeft op de structurele exploitatie met voldoende mogelijkheden om zelf (bij) te kunnen sturen.

In de begroting 2020 had Forum Groningen een tekort van ca. 380 duizend begroot.
Met alle beperkingen door de COVID-19 maatregelen is de exploitatie over 2020 waarschijnlijk veel negatiever. Men verwacht over 2020 een tekort van ongeveer 1, 2 miljoen. Hiervan is 570 duizend al gedekt door de COVID-19 bijdrage van OCW via het Filmfonds en de cofinanciering daarvan door de gemeente door een onttrekking van 300 duizend uit Algemene Bestemmingsreserve (reservering voor Forum Groningen). Over de dekking van het resterende deel van het tekort zijn we met Forum Groningen in gesprek.

Net als bij alle andere gesubsidieerde instellingen sturen we bij Forum Groningen aan op het bijsturen van de bedrijfsvoering in 2021 om het verlies te beperken en de exploitatie binnen de beschikbare financiële kaders te realiseren.

Risicobedrag 2021

PM

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

PM

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

PM

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

PM

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Rekening 2014

Actie

Door middel van voortgangsgesprekken en rapportages wordt de realisatie van de exploitatie gevolgd.

Naam risico  

Parkeerbedrijf

Programma

Verkeer

Omschrijving

Voor het bepalen van het risico van het parkeerbedrijf wordt een risicoanalyse uitgevoerd voor de onderdelen: rente, opbrengsten en kosten, bezettingsgraad parkeergarages en straatparkeren. Op basis van de meerjarige prognose 2020 is het incidentele risico gekwantificeerd op 2,7 miljoen euro voor de periode 2021-2024.
Het risico is gewijzigd ten opzichte van het risico opgenomen in de begroting 2020. De toename bedraagt circa 1 miljoen euro per jaar. De toename wordt verklaard doordat we de opbrengsten vaker indexeren t.o.v. de voorgaande begroting, waardoor ook het risico toeneemt. De berekening van het bezettingsgraadrisico van parkeergarages is herzien en het risico op straatparkeren is toegenomen, omdat de coronacrisis ons heeft laten zien dat de gehele ticketomzet uit straatparkeren een risico vormt voor lagere opbrengsten in plaats van de omzet rondom het centrumgebied.

Risicobedrag 2021

2,68miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

2,60 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

2,66 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

2,78 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Al jaren in de P&C-documenten

Actie

Wij zullen jaarlijks het benodigde weerstandsvermogen opnieuw berekenen.

Naam risico  

Parkeerhandhaving

Programma

Verkeer

Omschrijving

In de begroting houden we rekening met een geraamde opbrengst uit naheffingsaanslagen. We lopen een risico dat we de geraamde opbrengst in een jaar niet kunnen realiseren. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld weersinvloeden die de handhaving bemoeilijken of technische storingen waardoor er niet gehandhaafd kan worden. Pas aan het eind van het jaar blijkt of de geprognosticeerde opbrengst is gehaald en of het risico zich voordoet.
We schatten het structurele risico in op 150 duizend euro tot 200 duizend euro. Voor het bepalen van het benodigd weerstandsvermogen houden we rekening met 200 duizend euro en een kans van optreden van 75%.

Risicobedrag 2021

200 duizend euro

Kans 2021

75%

Risicobedrag 20221

200 duizend euro

Kans 2022

75%

Risicobedrag 2023

200 duizend euro

Kans 2023

75%

Risicobedrag 2024

200 duizend euro

Kans 2024

75%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Jaarrekening 2018

Actie

Naam risico  

Verkeer- en vervoersprojecten 

Programma

Verkeer  

Omschrijving

Risico's bij verkeer- en vervoersprojecten hebben voornamelijk betrekking op de hoogte van de investeringskosten. Vooraf worden deze risico's zover mogelijk teruggebracht en beheerst door voor de start van uitvoering zoveel mogelijk uitgewerkte ontwerpen en kostenramingen beschikbaar te hebben.

Bij de grote verkeersprojecten (= investering meer dan 5 miljoen euro) bepalen we het risico op 10% van de investeringskosten. Daarbij beoordelen we de mogelijkheid om bij te sturen in het project (beheersmaatregelen). Op projectniveau kunnen dat bijvoorbeeld zijn: het werken met een plafondprijs in de aanbesteding, het rekening houden met een percentage onvoorzien in de kostenraming of het in beeld brengen van besparingsmogelijkheden.

Risico's die niet binnen de beschikbare middelen van het project kunnen worden opgelost, worden meegenomen in het benodigde weerstandsvermogen voor verkeersprojecten.

Voor projecten die voortvloeien uit de Netwerkanalyse 2013 (totale omvang gemeentelijke middelen 20 miljoen euro,) is besloten dat voor- en nadelen mogen worden verrekend binnen het totale programma (gesloten financiering). Financiële tegenvallers kunnen dus binnen het totaal beschikbare budget worden opgevangen. Dit kan effect hebben op de projecten die uitgevoerd kunnen worden, maar voor het geheel geldt dat geen sprake is van een financieel risico voor de gemeente Groningen.

Zernikelaan
Voor het project Zernikelaan ramen we het risico op 10% van het gemeentelijk aandeel in de totale financiering (RUG en Hanzehogeschool nemen ook een deel van de kosten voor hun rekening en een deel van de dekking komt uit de middelen voor de Netwerkanalyse). De risico’s worden gelijk verdeeld over gemeente, RUG en Hanzehogeschool.
Dat betekent dat over een bedrag van 4,37 miljoen euro een risicoberekening plaatsvindt. Het risico komt daarmee op 437 duizend euro. De kans van optreden komt op 50%. Risicobedrag van afgerond 200 duizend euro blijft constant gedurende de komende jaren. Bij oplevering kan het risico vervallen.

Stationsgebied Haren
De gemeente werkt aan de ontwikkeling van het Stationsgebied in Haren. Onderdeel van de ontwikkeling is het realiseren van een fiets- voetgangersverbinding tussen Oosterhaar en het centrum van Haren, ter hoogte van het station. Daarnaast wordt de omgeving van het station aangepakt. Prorail heeft in onze opdracht hiervoor een opdracht aan een aannemer verstrekt. De werkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd en opgeleverd. Het risico bestaat momenteel uit de financiële afhandeling van het project waarvoor een arbitrageprocedure is aangespannen door de aannemer tegen Prorail. Naar verwachting gaat deze procedure een jaar duren. De totale claim van de aannemer is 2,7 miljoen euro. Dit is ook het totale risico. Mocht Prorail namelijk in het ongelijk worden gesteld, dan zal de gemeente Groningen, als opdrachtgever van Prorail, de kosten van de claim moeten dragen. De kans van optreden schatten we op 25%, wat een risicobedrag betekent van afgerond 700 duizend euro.

Risicobedrag 2021

0,9 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

0,9 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

0,9 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

0,9 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Rekening 2017

Actie

Naam risico  

Gemeentelijk aandeel risicoproject Warmtestad BV

Programma

Wonen

Omschrijving

WarmteStad heeft op dit moment 2 typen activiteiten:
• Het ontwikkelen en exploiteren van het warmtenet Noordwest.
• Het ontwikkelen en exploiteren van collectieve Warmte en Koude-opslagsystemen. Via Warmtestad investeert de gemeente in warmteprojecten gericht op een CO2 neutrale stad in 2035. WarmteStad heeft aandacht voor het identificeren, beheersen en financieel vertalen van risico's. Voor de resterende risico’s voor de gemeente is het weerstandsvermogen versterkt.
1. Warmtenet Noordwest
Voor de Investering geothermie en warmtenet Noordwest is op 8 juni 2016 het weerstandsvermogen versterkt met 1,3 miljoen euro. Dit is 18% van het toen, in de vorm van agio, geïnvesteerde bedrag van 7 miljoen euro. Met het besluit om geothermie niet meer te ontwikkelen is een verliesvoorziening gevormd van 3 miljoen euro. Hiermee kon het benodigde weerstandsvermogen worden verlaagd met 580 duizend euro (18 % van 3 miljoen euro) tot 720 duizend euro.
In april 2018 is WarmteStad een overbruggingskrediet verstrekt van 1,3 miljoen euro ten behoeve van Tijdelijke Warmte Opwek. Het risicoprofiel is daarbij gesteld op 8% van het uitgeleende bedrag en 104 duizend euro weerstandsvermogen gevormd. Op 31 oktober 2018 is besloten om WarmteStad een overbruggingskrediet te verstrekken van 3 miljoen euro voor de eerste uitbreiding van het warmtenet met een bijbehorend weerstandsvermogen van 8 %, een bedrag van 240 duizend euro.
Op 26 juni 2019 heeft de raad naar aanleiding van het raadsvoorstel Vervolg definitief investeringsvoorstel Warmtenet Noordwest de integrale Business Case en het Project- en investeringsvoorstel voor warmtenet Noordwest vastgesteld. Tevens is toen besloten de verstrekte overbruggingskredieten van in totaal 4,3 miljoen euro om te zetten in agio. Dit is geëffectueerd in december 2019. Op basis van de vastgestelde Business Case in externe bankfinanciering verkregen. De huidige financiële stand van zaken is dat er aanloopverliezen zijn, maar dat die vooralsnog binnen de risicobuffers en bestaande voorwaarden van de bankfinanciering kunnen worden opgevangen en dat er geen aanvullende financiering nodig is. Wel zijn er diverse maatregelen genomen om de aanloopverliezen te beperken en de voorspelbaarheid van de financiële resultaten te verbeteren. Het college heeft de raad hierover op 26 februari 2020 geïnformeerd door middel van de brief Stand van zaken financiën Warmtestad 2019 en 2020.
Huidig risicoprofiel WarmteStad Noordwest BV.
Aanvankelijk is het risicoprofiel gesteld op 14%. In het kader van het vaststellen van de business case in 2019 zijn alle risico’s opnieuw in beeld gebracht en is geconcludeerd dat de omzetting van de kredieten in eigen vermogen niet van invloed was op het risicoprofiel. Het totale weerstandsvermogen voor Warmtenet Noordwest kan worden gehandhaafd op 1.064 miljoen euro.
2. WKO-programma en risicoprofiel WarmteStad werkt stap voor stap het WKO programma uit. Op 19 februari 2015 is 750 duizend euro rekening-courant ter beschikking gesteld voor WKO Europapark. Risicoprofiel rekening-courant WKO is 8%, een bedrag van 60 duizend (er is een bestemmingsreserve gevormd van 57 duizend euro). Voor het  financieel meerjarenplan (FMJP) 2017-2021 heeft de  gemeente besloten 3,875 miljoen euro aan leningen te verstrekken. Op 31 mei 2017 is 2 miljoen euro voor jaarschijf 2017 ter beschikking gesteld. Het WKO-programma draait op een bewezen techniek en al bestaande bronnen. Het risicoprofiel is 8%, een bedrag van 160 duizend euro. In september 2018 is de resterende 1,875 miljoen euro (2018 – 2021) beschikbaar gesteld.  Het weerstandsvermogen is 150 duizend euro (8%). Van het resterende bedrag van 1,875 miljoen is inmiddels, in 2019, 0,5 miljoen euro uitbetaald. Het totale weerstandsvermogen voor het WKO-programma kan worden gehandhaafd op 370 duizend euro. 

Risicobedrag 2021

1,434 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

1,434 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

1,434 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

1,434 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2017

Actie

We monitoren voortdurend de stand van zaken

Naam risico  

Risico's bodemsanering

Programma

Kwaliteit van de Leefomgeving

Omschrijving

In het convenant ‘bodemontwikkelingsbeleid en spoedlocaties’ is afgesproken dat in 2015 alle bodemverontreinigingen die een risico voor de mens vormen (humane spoedlocaties) gesaneerd of beheerst zijn. Daarnaast is afgesproken dat de bodemverontreinigingen die onaanvaardbare risico’s bevatten voor het ecosysteem en/of bijdragen aan de verspreiding van de verontreiniging (de overige spoedlocaties), ook zoveel mogelijk gesaneerd of beheerst zijn. Op het grondgebied van de “gemeente Groningen oud” zijn nagenoeg alle locaties beheerst of gesaneerd en is in 2018 het project aanpak spoedlocaties begin 2018 afgesloten. De kans dat is klein dat er nog kosten voor rekening van de gemeente komen (de mogelijk nog te maken kosten komen in eerste instantie voor rekening van derden). Voor het onderdeel spoedlocaties houden we geen rekening meer met een risico.

Los van de spoedlocaties kunnen zich nieuwe situaties aandienen waarbij sprake is van risico's (schadeclaims, saneringen en randvoorwaarden bodem). In het geval deze situaties zich aandienen moeten we middelen beschikbaar stellen voor aanvullend (risico) onderzoek, eventuele tijdelijke beheermaatregelen en op iets langere termijn voor een definitieve oplossing. Voor het bepalen van het risico houden we rekening met kosten voor onderzoek en beheersmaatregelen. Uitgaande van drie gevallen per jaar schatten we het risico in op €500 duizend. Het gaat om een structureel risico.

Uit de analyse van de meest verdachte locaties in de voormalige gemeente Haren blijkt dat het hoogst waarschijnlijk niet om risico locaties gaat. Bij een beperkt aantal locaties (met name benzine service stations) is deze inschatting gebaseerd op zeer beperkte info. Mocht hier wel iets aan de hand zijn dan is het mogelijk dat we als gemeente aanvullend risico-onderzoek en eventuele risico-maatregelen moeten treffen. De situatie in Haren is redelijk vergelijkbaar met Ten Boer, met dien verstande dat in Haren sprake is van zandgronden en waterwinning waardoor er sneller sprake zou kunnen zijn van een risico’s door een bodemverontreiniging. Een actuele inschatting gaat uit van een risico voor het grondgebied in de voormalige gemeente Haren van 600 duizend euro en een kans van 50%.

In 2018 is er besloten om de voormalige vuilstort Woltersum volledig te verwijderen. Daarmee is er geen sprake meer van een risico. Er wordt meegewerkt met een provinciaal project om meer zicht te krijgen op ernstig verontreinigde locaties in de voormalige gemeente Ten Boer. De kans dat dergelijke locaties worden gevonden wordt als klein ingeschat vandaar dat we voor de voormalige gemeente Ten Boer rekening houden met een risico van 300 duizend euro met een kans van 50%.

Tot slot is er een risico op onze apparaatskosten voor wettelijke taken voortkomend uit Wet bodembescherming. Het Convenant Bodem en Ondergrond 2015-2020 loopt in 2020 af. Op dit moment worden gesprekken gevoerd over een nieuw convenant en de daarbij horende middelen. In afwachting van een nieuw convenant is er zicht op de vergoeding voor taken in 2021. Voorzichtigheidshalve nemen we voor 2022 en verder een structureel risico van 700 duizend euro op met een kans van 25%. Zodra er zekerheid is over het nieuwe convenant kan dit deel van het risico vervallen.

Het totale effect (kans x bedrag) op het benodigd weerstandsvermogen is 450 duizend euro incidenteel en 375 duizend euro structureel. Na 2021 neemt het structurele risico toe tot 550 duizend euro.

Risicobedrag 2021

0,5 miljoen euro structureel en 0,9 miljoen euro incidenteel

Kans 2021

Diverse kansen

Risicobedrag 2022

1,2 miljoen euro structureel en 0,9 miljoen euro incidenteel

Kans 2022

Diverse kansen

Risicobedrag 2023

1,2 miljoen euro structureel en 0,9 miljoen euro incidenteel

Kans 2023

Diverse kansen

Risicobedrag 2024

1,2 miljoen euro structureel en 0,9 miljoen euro incidenteel

Kans 2024

Diverse kansen

Structureel/Incidenteel

structureel en incidenteel

1e signaleringsmoment

2001

Actie

We monitoren voortdurend de stand van zaken

Naam risico  

Bezwaarprocedures

Programma

Kwaliteit van de leefomgeving

Omschrijving

Proces Wierden en Borgen
Woningcorporatie Wierden en Borgen (Ten Boer) heeft bezwaar ingediend tegen de aanslag rioolheffing 2014 en volgende jaren. Het bezwaar richt zich met name op de stellingname van Wierden en Borgen dat de gemeente ten onrechte bepaalde objecten niet aanslaat en verder tegen de onderbouwing van de door te berekenen kosten naar het aanslagbedrag. Alle gemeenten waar onroerend goed staat van Wierden en Borgen hebben een gelijksoortig bezwaar gekregen. De rechtbank heeft op 10 maart 2020 het beroep van Wierden en Borgen gegrond verklaard. Wij gaan in hoger beroep tegen deze uitspraak. We hebben namelijk nu een onderbouwing kunnen opstellen waarom bepaalde objecten niet zijn aangeslagen. Gesprekken met Wierden en Borgen hebben niet geleid tot een oplossing zodat we nu in het formele traject zitten van bezwaar en beroep. Een inschatting van de omvang van het risico is niet te maken. Het risico staat daarom op pm.

Risicobedrag 2021

pm

Kans 2021

Risicobedrag 2022

pm

Kans 2022

Risicobedrag 2023

pm

Kans 2023

Risicobedrag 2024

pm

Kans 2024

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Jaarrekening 2008

Actie

Met ondersteuning van een belasting adviseur bereiden we de zittingen goed voor.

Naam risico  

Geen middelen in de voorziening Afvalstoffenheffing

Programma

Kwaliteit van de Leefomgeving

Omschrijving

Het saldo van de voorziening afvalstoffenheffing is per 1 januari 2021 nul. In 2020 is het saldo ad 2,4 miljoen euro ontrokken aan de voorziening om de stijgende kosten 2020 te compenseren. Het tarief afvalstoffenheffing kon in 2020 namelijk niet worden verhoogd omdat harmonisatie van het afvalbeleid van Groningen, Haren en Ten Boer nog niet had plaatsgevonden. Dit houdt in dat we in 2021 geen middelen hebben in de voorziening om eventuele financiële gevolgen van de harmonisatie van het afvalbeleid op te vangen. Gezien de resultaten van de afgelopen jaren schatten we het risico in op 500 duizend euro met een kans van 50%.

Risicobedrag 2021

500 duizend euro

kans 2021

50%

Risicobedrag 2022

Kans 2022

Risicobedrag 2023

Kans 2023

Risicobedrag 2024

Kans 2024

Structureel/Incidenteel

incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2021

Naam risico  

Gemeentefonds

Programma

Algemene inkomsten en post onvoorzien

Omschrijving

De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald door de omvang en verdeling van het gemeentefonds. De omvang is gekoppeld aan de groei van de rijksbegroting. De huidige raming van de hoogte van de algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2020.
De totale omvang van het gemeentefonds bedraagt in 2021 ruim 32 miljard euro. Het gemeentefonds is hierdoor de vierde grootste uitgavenpost op de rijksbegroting. 
Momenteel wordt gewerkt aan een herziening van de financiële verhoudingen. De laatste herziening van de financiële verhoudingen stamt uit 1997. Sindsdien is er veel veranderd in de opgaven voor gemeenten. Bijvoorbeeld de decentralisaties in het sociale domein en de toenemende regionale samenwerking op tal van terreinen. De herziening van de verdeling van de algemene uitkering wordt door onderzoeksbureau AEF en Cebeon uitgevoerd. De herziening zal leiden tot herverdeeleffecten tussen gemeenten. In de decembercirculaire 2020 worden de uitkomsten opgenomen. Om gemeenten de gelegenheid te geven zich hierop aan te passen zal een transitieperiode worden afgesproken. 
Een werkgroep onderzoekt de werking van de normeringssystematiek 2015 – 2020. Hierbij is de huidige systematiek (van trap-op-trap-af) beoordeeld aan de hand van toetsingscriteria en worden er varianten uitgewerkt om de normeringssystematiek, op onderdelen, aan te passen. Publicatie van het evaluatierapport is naar verwachting voorzien in het najaar 2020. Uiteindelijk is het aan een nieuw kabinet om met de mede-overheden te besluiten over de te hanteren normeringssystematiek.
De omvang van het BTW-compensatiefonds is aan een plafond gekoppeld. Overschotten of tekorten op het fonds worden verrekend met het gemeentefonds. Eerder werd er in de meerjarenraming uitgegaan van een jaarlijks oplopende onderuitputting op het BCF en deze onderuitputting was meerjarig verwerkt in de raming van de algemene uitkering. In de meicirculaire 2018 is een gewijzigde systematiek doorgevoerd waarbij jaarlijks alleen de voorlopige afrekening van het huidige jaar in de algemene uitkering wordt verwerkt. Dit gebeurt jaarlijks bij de septembercirculaire. Dit leidt ertoe dat de meerjarige onderuitputting is verwijderd uit de meerjarenraming van de algemene uitkering. In Groningen volgen wij de gemeentefondscirculaires. Een overschot of tekort wordt uiteindelijk echter wel verrekend met de algemene uitkering, alleen het moment waarop de verwerking plaatsvindt wijzigt. De nieuwe werkwijze heeft dus geen gevolgen voor de uiteindelijke omvang van het gemeentefonds. Het ministerie van BZK heeft in overleg met de VNG het standpunt ingenomen dat gemeenten zelf reëel dienen in te schatten welke verwachte ruimte onder het BCF plafond als verwachte bate kan worden opgenomen in de meerjarenraming.
Wij vinden het reëel om meerjarig een verwachte bate in de begroting op te nemen als gevolg van mogelijke ruimte onder het BCF plafond. We nemen 1,6 miljoen euro op als invulling van de maatregel lenig/flexibele begroten. Dat is de realisatie over 2019 die in de mei circulaire 2020 (112,4 miljoen euro) is opgenomen en dan het aandeel van de gemeente Groningen daarin (1,5%). Hiermee sluiten we aan bij de richtlijnen van de mei circulaire 2020 en de begrotingscirculaire 2021-2024 van de provincie Groningen.

Risicobedrag 2020

We hanteren het uitgangspunt dat specifieke kortingen (en uitzettingen) vanuit het rijk één op één met de sector worden verrekend. Voor het overige hanteren we een maximale omvang van het risico van 5% van de ingeschatte algemene uitkering. Het risico bedraagt maximaal 27,8 miljoen euro (naar boven of naar beneden), waarbij de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel. We gaan er vanuit dat de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel, hierdoor reserveren we hiervoor geen specifieke weerstandscapaciteit.

Risicobedrag 2021

We hanteren het uitgangspunt dat specifieke kortingen (en uitzettingen) vanuit het rijk één op één met de sector worden verrekend. Voor het overige hanteren we een maximale omvang van het risico van 5% van de ingeschatte algemene uitkering. Het risico bedraagt maximaal 27,8 miljoen euro (naar boven of naar beneden), waarbij de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel. We gaan er vanuit dat de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel, hierdoor reserveren we hiervoor geen specifieke weerstandscapaciteit.

Kans 2021

We gaan er vanuit dat de kans op een voordeel even groot is als de kans op een nadeel, hierdoor reserveren we hiervoor geen specifieke weerstandscapaciteit.

Risicobedrag 2022

Kans 2022

Risicobedrag 2023

Kans 2023

Risicobedrag 2024

Kans 2024

Structureel/Incidenteel

1e signaleringsmoment

1995

Actie

Forse afwijkingen worden zoveel mogelijk voorkomen en verkleind door het realistisch en stabiel ramen van de uitkeringen.

Naam risico  

Renterisico

Programma

Algemene inkomsten en post onvoorzien

Omschrijving

De renteveronderstellingen voor de begroting zijn gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de rente. De werkelijke renteontwikkeling kan hoger of lager uitvallen. Een beperkte afwijking zal zich zeker voordoen. Mutaties in de rente hebben gevolgen voor het resultaat. Het risico op een netto voordelig resultaat is even groot als het risico op een netto nadelig resultaat.

Risicobedrag 2021

pm

Kans 2021

Risicobedrag 2022

pm

Kans 2022

Risicobedrag 2023

pm

Kans 2023

Risicobedrag 2024

pm

Kans 2024

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Doorlopend

Actie

De renteresultaten worden jaarlijks toegelicht en inzichtelijk gemaakt in de rekening. 

Naam risico  

Verzekeringen

Programma

Algemene ondersteuning

Omschrijving

Binnen de Gemeente Groningen zijn er een aantal risico's welke niet afgedekt zijn door verzekeringen. De kans op het zich voordoen van deze risico's is dermate klein maar de impact ervan kan groot zijn. De risico's welke hieronder vallen zijn fraude/berovingsrisico, milieuschade, cybercrime, motorrijtuigen, computer en glas.

Risicobedrag 2021

pm

Kans 2021

Risicobedrag 2022

pm

Kans 2022

Risicobedrag 2023

pm

Kans 2023

Risicobedrag 2024

pm

Kans 2024

Structureel/Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2018

Actie

Door het nemen van interne beheersingsmaatregelen worden de risico's beperkt.

 

Naam risico  

Verstrekte leningen en garanties

Programma

Divers

Omschrijving

In het treasurystatuut staat dat de verstrekking van leningen of garanties aan derden alleen is toegestaan vanuit de publieke taak. Het verstrekken van een lening of het afgeven van een garantie leidt voor de gemeente tot een risico dat de derde niet aan de verplichtingen kan voldoen. Gemiddeld genomen houden we rekening met een risico van 8% van de omvang van de lening/ garantie. Per geval wordt het risico afzonderlijk beoordeeld een gewaardeerd.
In dit risico zijn alle aan verstrekte leningen / garanties opgenomen.

Lening Euroborg
De Euroborg NV heeft één huurder, waardoor het risico bestaat dat de Euroborg NV niet aan haar financiële verplichtingen kan voldoen richting de gemeente Groningen. De omvang van het risico is gebaseerd op de omvang van de lening van de gemeente aan Euroborg NV vermindert met de taxatiewaarde. In 2020 is 953 duizend euro geleend ter financiering van de opgeschorte rente- en aflossingsverplichting 2020 van Euroborg NV. Eind 2020 bedraagt het risico 7,297 miljoen euro.
We hebben een lening verstrekt aan de NV Euroborg voor het realiseren van het Topsportzorg centrum Bij het realisatiebesluit Topsportzorgcentrum hebben we aangegeven dat deze lening niet leidt tot een noodzaak het gemeentelijk weerstandsvermogen aan te vullen. De omvang van de lening is niet hoger dan de executiewaarde van het stadion (=70% van de investeringssom). Uit het meest recent gedeelde kastroom overzicht van Euroborg NV, blijkt dat het TsZC afgelost kan zijn in 2023 (bij gelijkblijvende renteverwachtingen). Gezien de courantheid van het gebouw en de langjarige huurcontracten met o.a. VNO-NCW/MKB-Noord, geven ook de actuele ontwikkelingen geen aanleiding voor deze lening weerstandsvermogen aan te houden.
Lening Warmtestad
Het risico van de lening aan Warmtestad is meegenomen in het risico gemeentelijk aandeel Warmtestad.

Verstrekte leningen Haren
De gemeente heeft in het verleden een garantie afgegeven op een door de gemeente overgedragen leningen portefeuille van circa 2,3 miljoen euro. Daarnaast heeft de gemeente nog circa 0,6 miljoen euro aan geldleningen uitstaan. Bij het bepalen van het risico houden we rekening met een kans van optreden van 10%. Het risico komt hiermee op 0,3 miljoen euro.

Verstrekte garanties
De gemeente heeft een garantie verstrekt aan de Stichting Biblionet. Voor het bepalen van de omvang van het risico houden we rekening met de omvang van de verstrekte garantie van 855 duizend euro en een kans van 25%.

De omvang van de hierboven genoemde leningen waarvoor een risico is opgenomen bedraagt 11 miljoen euro. Rekening houdend met de kans van optreden houden we rekening met een risico van 2,3 miljoen euro. Door aflossingen neemt dit de komende jaren met circa 0,1 miljoen af.

Risicobedrag 2021

2,3 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

2,2 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

2,1 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

2,0 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

jaarrekening 2006

Actie

Met het aflossen van de leningen, loopt het risico jaarlijks terug.
Als enig aandeelhouder van de Euroborg NV monitoren wij de NV. Daarnaast houden we toezicht op de financiële situatie bij de huurder van het stadion (FC Groningen). Hiertoe bespreken we twee keer per jaar de stand van zaken met de directie van FC Groningen. Voor alle uitgezette leningen en afgegeven garanties bewaken de kredietwaardigheid van de tegenpartij. Dit doen we o.a. door checks op hun financiële kengetallen.

Naam risico  

Opgaven Vastgoedbedrijf

Programma

Diverse

Omschrijving

Het Vastgoedbedrijf is in ontwikkeling en zal de komende jaren in het teken staan van verdere professionalisering en portefeuille sturing. Doel is de kwaliteit en omvang van de vastgoedportefeuilles op een zo efficiënt en kosteneffectieve mogelijke wijze langjarig af te stemmen op de gebruikswensen en de organisatorische dynamiek, zodat korte termijn investeringen (vervanging, aanhuur, onderhoud, verkoop, herontwikkeling) in een langjarig perspectief kunnen worden gewogen. Fysiek zal de voorraad stap voor stap worden getoetst op conformiteit aan wettelijke eisen. In 2019 heeft hiertoe asbest onderzoek plaatsgevonden. In 2020 zal worden gestart met brandveiligheidsonderzoek en worden meer panden worden voorzien van energielabels. In relatie hiermee zullen ook de meerjarenonderhoudsplannen nader worden gescand en verfijnd op volledigheid en kwaliteit. Dergelijke onderzoeken geven invulling aan eigenaarsverantwoordelijkheid en vormen de basis voor risicobeheersing en voorspelbaarheid van (toekomstige) keuzes en bijbehorende financiële opgaven. Het duiden van de langjarige opgaven en risico's is ook noodzakelijk om vorm te kunnen geven aan een verduurzamingsstrategie voor het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Dit is (ook landelijk) een forse, kostbare en nog ongewisse opgave. Om binnen deze onzekerheid de gemeentelijke voorraad goed te kunnen positioneren en verstandige no regret maatregelen te kunnen nemen is een heldere koersbepaling onontbeerlijk. In de Vastgoednota (2019) zijn de opgaven nader geduid en is de ambitie uitgesproken om tot een meerjarenperspectief te komen, aan de hand waarvan de gemeenteraad systematisch inzicht krijgt in de risico's, opgaven en keuzes rondom de vastgoedvoorraad. Onderdeel van de Vastgoednota vormt ook de opdracht om een systematiek voor kostprijs-dekkende huur nader uit te werken en tegen de voorraad aan te houden. Ook dit zal in 2021 verder vorm krijgen. De Vastgoednota vormt het kader voor het handelen van het Vastgoedbedrijf.

Risicobedrag 2021

PM

Kans 2021

pm

Risicobedrag 2022

Kans 2022

pm

Risicobedrag 2023

Kans 2023

pm

Risicobedrag 2024

Kans 2024

pm

Structureel/Incidenteel

1e signaleringsmoment

Actie

Naam risico  

Effecten coronavirus

Programma

Alle programma's

Toelichting

Dat het coronavirus een significant effect op de gemeentelijke financiën zal hebben, is duidelijk. Het is echter lastig om de effecten voor de begroting 2021 te duiden. Voor bepaling van het risico hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • Voor 2021 hanteren we de 1½ meter samenleving, als het nieuwe normaal.
    Evenementen, zowel binnen als buiten, mogen met 1½ meter afstand. Er geldt geen maximum op het aantal bezoekers;
  • We hanteren 1½ meter voor het gebruik van de schaarse openbare ruimte, de handhaving, de woningbouw, het onderhoud openbare ruimte, het openbaar vervoer, het werken, het sporten vanaf 18 jaar;
  • We hanteren voor de economische impact scenario 3 van het CPB. Problemen in de wereldeconomie en het financiële stelsel leiden tot een langere en diepere recessie. De werkloosheid stijgt naar 8,4% in 2021.Bedrijven zijn niet langer in staat al hun personeel in dienst te houden. De EMU schuld gaat omhoog, de overheid moet bedrijven redden;
  • De herijking van het gemeentefonds vindt plaats met ingang van 2022 en zorgt dat we in 2021 niet extra hoeven te bezuinigingen door kortingen op rijksbudgetten;
  • Met het compensatiepakket van het Rijk is rekening gehouden.

 Deze uitgangspunten hebben geleid tot een risico van 12,5 miljoen euro. In het risico BUIG en in het risico Parkeren is apart rekening  gehouden met de effecten van Corona.
De 12,5 miljoen euro is als volgt opgebouwd:

Sport

 We houden rekening met een risico dat de verhuurinkomsten van de sportaccommodaties met 30% teruglopen. Dit heeft betrekking op onder andere de verhuur aan sportverenigingen (door minder leden), verhuur aan scholen en overige verhuurinkomsten. Daarnaast hebben we een risico meegenomen dat de inkomsten uit evenementen en horeca inkomsten met 70% teruglopen. Op basis van de bovenstaande uitgangspunten komen we tot een risicobedrag van 2 miljoen euro.

Cultuur

In het geval de 1,5 meter maatregelen van kracht blijven zijn alle cultuur evenementen verliesgevend. de inkomsten zijn lager terwijl de kosten wel gemaakt worden of toenemen. Voor het bepalen van het risico houden we rekening met een tekort van €2 miljoen. We verwachten dat we voor een deel gecompenseerd worden voor dit tekort. We houden daarom rekening met een risico van 1 miljoen euro.

Werk en inkomen

Door de coronacrisis neemt de werkloosheid toe. Dit leidt tot een toename van de te verstrekken uitkeringen. Omdat dit risico niet los kan worden gezien van het reguliere risico bij het verstrekken van uitkeringen (risico BUIG) is dit effect daarin meegenomen en houden we er bij het bepalen van het coronarisico geen rekening mee. We maken hier wel een inschatting van het risico bij schuldhulpverlening, armoede en bijstand en uitvoeringskosten. 

Tijdens de vorige crisis hebben we gezien dat een toename van armoede heeft geleid tot een stijging van het aantal mensen met problematische schulden. We verwachten dat het aantal mensen met schulden ook nu weer zal toenemen. We verwachten dat er een toenemend beroep zal worden gedaan op schuldhulpverlening door de directie inkomensdienstverlening (+30%). Dit leidt tot een risico van 1,4 miljoen euro.

Bij de bijzondere bijstand zien we op de korte termijn vooral een risico bij  de aanvullende bijstand voor jongeren van 18 tot 21 jaar (ouders kunnen niet meer voldoen aan de onderhoudsplicht) en het risico Tot slot dat de besparing bij beschermingsbewind niet of later wordt gerealiseerd.  We houden rekening met een risico van 450 duizend euro.

Zowel voor de toename van het beroep op de schuldhulpverlening als de bijzondere bijstand verwachten we aanvullende middelen van het Rijk te krijgen. We houden hier rekening met een risico dat de aanvullende middelen onvoldoende zijn.

Naar aanleiding van de coronacrisis moet het werkprogramma worden geactualiseerd. Dit zal leiden tot een hogere capaciteitsvraag (meer personeel om mensen naar werk te leiden). Binnen het werkprogramma komt de grootste focus te liggen op preventie van instroom in de uitkering (WW of bijstand). We verwachten dat de uitvoeringskosten met  1,3 miljoen euro zullen toenemen. Daarmee kunnen we extra inzet plegen op het voorkomen van instroom en versnellen van de uitstroom.

In de herijking van het werkprogramma staat beschreven welke dienstverlening we bieden aan deze 1.000 mensen. Met 1,3 miljoen euro aan vullende middelen kunnen we het klantmanagement met 17 fte versterken. Binnen een caseload van een kleine 60 mensen kan intensief worden ingezet op het voorkomen van instroom en versnellen van de uitstroom. In de begroting gaan we ervan uit dat de extra kosten die we maken kunnen worden gedekt uit de compensatie van het Rijk. We lopen het risico dat de compensatie van het Rijk onvoldoende is. De omvang van het risico stellen we gelijk aan de extra kosten die we maken (1,3 miljoen euro).

Inkomsten

Als gevolg van de corona crisis lopen we een risico dat de gemeentelijke inkomsten zullen achterblijven ten opzichte van de begroting. In totaal 2,5 miljoen euro. We houden bijvoorbeeld rekening met een risico dat 1 miljoen euro aan OZB inkomsten oninbaar is, minder logies inkomsten van 200 duizend euro,  lagere opbrengst bedrijfsafval 400 duizend euro, lagere leges burgerzaken (340 duizend euro), lagere inkomsten Meikermis (250 duizend euro), leges vergunningaanvragen evenementen (106 duizend euro) en ESF subsidies (250 duizend euro).

Openbare ruimte

Door de 1,5 meter maatregelen is extra capaciteit nodig bij het beheer van de openbare ruimte (toezicht en handhaving). Het gaat bijvoorbeeld om de extra inzet voor het verwijderen van fietsen in het kernwinkelgebied en de tijdelijke opslag daarvan. We houden rekening met een risico van 680 duizend.

Parkeren

Het risico is dat de parkeerinkomsten zullen afnemen, vooral als gevolg van minder bezoekers aan de binnenstad. In 2020 zijn we hiervoor gecompenseerd. Het is niet duidelijk of dit ook in 2021 zal gaan gebeuren. Het risico op lagere parkeerinkomsten is meegenomen bij het risico parkeren. 

Daarnaast lopen we een risico dat de inkomsten uit parkeerhandhaving achter blijven bij de begroting. Dit risico schatten we in op 950 duizend euro.

Organisatie

We zien dat de corona crisis leidt tot hogere kosten voor de organisatie. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het beschikbaar moeten stellen van faciliteiten voor thuiswerken, extra schoonmaak en hygiënekits voor medewerkers. We schatten het risico op dit onderdeel in op 2,2 miljoen euro.

Risicobedrag 2021 

12,5 miljoen euro

Kans 2021 

50%

Risicobedrag 2021 

Kans 2021 

Risicobedrag 2021 

Kans 2021 

Risicobedrag 2021 

Kans 2021 

Structureel/Incidenteel

incidenteel

1e signaleringsmoment

rekening 2019

Actie

Naam risico  

Niet halen bezuinigingen

Programma

Alle programma's

Omschrijving

Bij voorgaande begrotingen tot en met 2020 zijn bezuinigingsmaatregelen vastgesteld. Niet alle voorgenomen bezuinigingen worden volledig en/of in het gewenste tempo gerealiseerd. We hebben elke nog niet gerealiseerde bezuinigingsmaatregel en nog te realiseren bezuinigingsmaatregel beoordeeld. Dit leidt tot een risico van 9,2 miljoen euro in 2021 oplopend tot 10,4 miljoen euro in 2024. Het risico loopt op omdat in het coalitieakkoord is afgesproken voor een periode van 3 jaar geen volledige loon- en prijscompensatie toe te passen. Dit leidt tot een efficiency taakstelling op de organisatie van 1,6 miljoen euro in 2020, 3,0 miljoen euro in 2021 en 4,7 miljoen euro vanaf 2022.
Daarnaast is in de begroting 2020 een bezuiniging op de organisatorische inrichting vastgesteld van 2,250 miljoen euro in 2021 oplopend tot 3 miljoen euro in 2023. Bij het bepalen van het risico is per maatregel rekening gehouden met de kans van optreden. Voor de bepaling van het benodigd weerstandsvermogen wordt de uitkomst daarom volledig (=100%) meegenomen.

Risicobedrag 2021

9,2 miljoen euro

Kans 2021

100%

Risicobedrag 2022

10,0 miljoen euro

Kans 2022

100%

Risicobedrag 2023

10,4 miljoen euro

Kans 2023

100%

Risicobedrag 2024

10,4 miljoen euro

Kans 2024

100%

Structureel/Incidenteel

Incidenteel

1e signaleringsmoment

Begroting 2014

Actie

We sturen actief op realisatie van de maatregelen

Naam risico  

Stijging pensioenpremie

Programma

Alle programma's

Omschrijving

Het bestuur van het pensioenfonds ABP waarschuwt medio juli voor het risico dat de pensioenpremie volgend jaar moet stijgen. De totale loonontwikkeling hebben we voor 2021 eerder ingeschat op 2,75 procent (m.u.v. doorwerking Cao-afspraken 2020-2021). Dit cijfer komt in de richting van de CEP-raming van het CPB (2,8 procent). De verwachte stijging van de ABP-premie kunnen we mogelijk opvangen door een meevaller op de ontwikkeling van de CAO vanaf 2021.
Gelet op de onzekerheid of en in welke mate een stijging van de pensioenpremie zich gaat voordoen nemen we in de begroting 2021 een risico op. Het gaat om een structureel risico van € 2,5 miljoen en een kans van optreden van 50%.

Risicobedrag 2021

2,5 miljoen euro

kans 2021

50%

Risicobedrag 2022

2,5 miljoen euro

Kans 2022

50%

Risicobedrag 2023

2,5 miljoen euro

Kans 2023

50%

Risicobedrag 2024

2,5 miljoen euro

Kans 2024

50%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Begroting 2021

Naam risico  

Fiscale risico's

Programma

alle programma's

Omschrijving

Vennootschapsbelasting
Vennootschapsbelasting is een belasting die wordt geheven over de fiscale winst welke door een onderneming is behaald. Met ingang van 1 januari 2016 is de gemeente Vennootschapsbelastingplichtig bij economische activiteiten waarbij de gemeente in concurrentie treedt (of kan treden) met de markt en daarmee winst behaald. Van deze activiteiten zal de fiscale winst moeten worden bepaald.

Vpb is voor gemeenten en de belastingdienst nieuwe wetgeving. Er wordt landelijk en per gemeente op onderdelen nog steeds overleg gepleegd met de Belastingdienst over verschillen in interpretatie van de wet. Hierdoor bestaat het risico dat gemaakte keuzes wellicht moeten worden herzien met een mogelijk effect op de omvang van de vpb-plicht.

De aangifte over het jaar 2016 is ingediend en de belastingdienst heeft daar inmiddels vragen over gesteld. Uit de vraagstelling van de belastingdienst -die overigens aan nagenoeg alle grote gemeenten zijn gesteld- blijkt dat de belastingdienst een onderneming herkent bij de volgende activiteiten: reclame-opbrengsten, grondcomplexen en parkeeropbrengsten.  Zodra duidelijker wordt hoe de belastingdienst oordeelt over de situatie in Groningen, kan het risico op VPB-plicht nog beter worden ingeschat.

De aangifte VPB 2018 zal uiterlijk 1 mei 2020 worden ingediend.
We verwachten als gemeente in totaliteit geen VPB te hoeven betalen in de eerste jaren. Het risico bestaat echter dat de Belastingdienst anders zal oordelen over de feiten. Het is derhalve wel van belang om dit risico te blijven volgen. Voor de berekening van het weerstandsvermogen is het risico op 0 gezet.
Bij het bepalen van het weerstandsvermogen voor Haren werd rekening gehouden met een risico voor controles belastingdienst en een risico voor te betalen vennootschapsbelasting.
Voor mogelijke controles van de belastingdienst hield Haren rekening met een structureel  risico van 50 duizend euro structureel met een kans van 50%. Voor de vennootschapsbelastingplicht voor werd rekening gehouden met een structureel risico van 200 duizend euro met een kans van 75%.
Vooralsnog handhaven we deze risico’s. Bij de rekening 2020 maken we een nieuwe inschatting.

Terugvordering BTW op re-integratietrajecten
De BTW op kosten voor re-integratietrajecten is vanaf de instelling van het BTW-compensatiefonds gecompenseerd via het BTW-Compensatiefonds.
In middels heeft het Hof Den Haag in juni 2018 geoordeeld dat de BTW die drukt op de betreffende re-integratietrajecten wel volledig compensabel is. Hiermee bevestigt het Hof de eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag. Ondanks dat de gemeente Groningen het standpunt over btw-compensatie niet heeft kunnen afstemmen met de belastingdienst, hebben we het risico voor de berekening van het weerstandsvermogen op 0 gezet.  

Risicobedrag 2021

250 duizend euro structureel

Kans 2021

50-75%

Risicobedrag 2022

250 duizend euro structureel

Kans 2022

50-75%

Risicobedrag 2023

250 duizend euro structureel

Kans 2023

50-75%

Risicobedrag 2024

250 duizend euro structureel

Kans 2024

50-75%

Structureel/Incidenteel

Structureel

1e signaleringsmoment

Divers

Actie

Deze pagina is gebouwd op 11/16/2020 09:56:27 met de export van 11/16/2020 09:41:12