Overzichten

SIF-middelen

SIF-herijking
Sinds de vaststelling van de kaders voor het Stedelijk Investeringsfonds (SIF) in maart 2018 zijn er een aantal zaken gewijzigd en middelen en taakstellingen toegevoegd. Met deze herijking zetten we alles weer overzichtelijk op een rij.

In de Gemeentebegroting 2017 is besloten tot de vorming van een Stedelijk Investeringsfonds (hierna: SIF). Achtergrond daarvan was de noodzaak van forse investeringen om de groei van de stad mogelijk te maken, in combinatie met het feit dat er op dat moment niet of nauwelijks substantiële subsidiestromen voorhanden waren. Het ISV (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) was opgeheven (goed voor 8-10 miljoen euro per jaar) net als het BLS (Besluit locatiegebonden subsidies), Europees geld was niet meer beschikbaar voor ‘stenen’ en het Zuiderzeelijn-geld was al (meer dan) belegd.

Oorspronkelijke opzet SIF
In maart 2018 heeft de raad vervolgens het Kader Stedelijk Investeringsfonds (SIF) vastgesteld.
Aanvankelijk was de opzet van het SIF eenduidig en overzichtelijk.

  • Geld uit het SIF is uitsluitend bestemd voor fysieke investeringen in resp. horend bij een beperkt aantal grote gebiedsontwikkelingsprojecten. Het betrof de Binnenstad, het Stationsgebied, de Eemskanaalzone (waaronder Stadshavens), het Suikerfabriekterrein, de Oosterhamrikzone, de Westelijke Ringwegzone en de Wijkvernieuwing.
  • De zogenaamde Intensiveringsmiddelen waren bestemd voor de programma’s.

Daarnaast heeft het SIF een reserve. Aanvankelijk bestond die alleen uit (gelabelde) oude ISV-middelen.

In de begroting 2018 zijn daar ook enkele programmamiddelen aan toegevoegd. (Bij het opstellen van die begroting najaar 2017 bestond er immers nog geen Kader SIF.) Bij de vaststelling van het Kader SIF is besloten dat maar zo te laten tot dat geld was besteed.

Situatie na coalitieakkoord 2019
In het coalitieakkoord 2019 en daarna de begroting 2019 is het SIF vervolgens uitgebreid met een deel van de programmamiddelen, nl. het investeringsdeel van de nieuw toegevoegde Intensiverings-middelen voor de programma’s Leefkwaliteit, Ruimtelijke Economie, Verkeer & Vervoer en Wonen. Ook een deel van het geld voor het programma Groningen Geeft Energie is ondergebracht in het SIF. Het Groencompensatiefonds (incidenteel geld) zit intussen ook in het SIF.

Daardoor is nu de situatie ontstaan dat een deel van de programmamiddelen wel en andere delen niet in het SIF zitten. Programmageld dat niet in het SIF zit betreft de bestaande Intensiverings-middelen uit de vorige collegeperiode en middelen (doorgaans incidenteel) uit andere gemeentelijke bronnen.

Voor middelen in het SIF gelden bovendien andere financiële afspraken dan voor geld dat daar niet in zit. Niet uitgegeven middelen in het SIF blijven in beginsel binnen het SIF, niet uitgegeven middelen buiten het SIF vloeien terug naar het concern. Uitzondering betreffen de structurele intensiverings-middelen voor Verkeer (Kader Resultaatbepaling en Resultaatbestemming, vastgesteld 22 april 2020).

Het SIF wordt conform de uitgangspunten uit het Coalitieakkoord  uitgebreid met de  opgaven en een beperkt aantal structurele middel. Vanaf de begroting 2021 brengen we de nog resterende extra beleids- en intensiveringsmiddelen die zijn gerelateerd aan de meerjarenprogramma’s Groningen Geeft Energie, Leefkwaliteit, Ruimtelijke Economie/ Vestigingsklimaat, Verkeer & Vervoer en Wonen onder in het SIF. Daarmee ontstaan 4 categorieën in het SIF:

  • de 7 gebiedsontwikkelingsprojecten;
  • plankosten voor overige of nieuwe gebiedontwikkelprojecten zoals Kardinge en Oosterpoort (eenmalig in 2021);
  • de extra intensiverings- en beleidsmiddelen die gerelateerd zijn aan de vijf programma’s;
  • de reserve SIF.

Deze herijking heeft verschillende voordelen. Voor iedereen is zo op elk moment helder over welke middelen een gebiedsontwikkelingsproject of een programma beschikt. In de Begroting, Meerjarenbegroting en de Rekening kunnen alle middelen direct bij de inhoud worden toegelicht resp. verantwoord. En bovendien gelden dan voor alle programmamiddelen dezelfde financiële regels en afspraken. In het Kader Resultaatbepaling en Resultaatbestemming kan de uitzondering voor de structurele Intensiveringsmiddelen Verkeer vervallen.

Wat betreft het weerstandsvermogen blijft gelden dat alle middelen in het SIF (voor zover niet verplicht) meetellen voor het weerstandsvermogen. De effecten van deze herijking zijn reeds meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen in de begroting 2021. In dat opzicht verandert er dus niets.

Voorts, deze herijking in het SIF lost het tekort in de plankosten Oosterpoort en Kardinge op (eenmalig in 2021).

SIF-financiën 2021-2024

Titel (bedragen x 1 euro)

I/S

Deelprogramma

2021

2022

2023

2024

INT Ruimtelijke economie (RE)

I

2.2

350.000

200.000

0

0

investeringen RE

S

2.2

215.000

330.000

445.000

445.000

Suikerzijde

S

2.3

1.600.000

1.600.000

2.060.000

2.520.000

Plankosten Kardinge

I

5.1

300.000

0

0

0

Nw. Oosterpoort

I

6.1

450.000

0

0

0

INT Verkeer

S

7.X

2.653.000

2.653.000

2.653.000

2.653.000

Stationsgebied investeringen

S

7.2

0

22.000

156.000

156.000

Ringsparen

S

7.6

454.000

454.000

454.000

454.000

Handhaving logistiek ZES

S

7.6

200.000

200.000

200.000

200.000

OHZ

S

7.6

250.000

250.000

250.000

250.000

Binnenstadsprogramma

S

7.6

1.160.000

1.340.000

1.520.000

1.700.000

INT Wonen

S

8.X

1.824.919

1.807.032

1.807.032

1.807.032

INT GGE

I

8.4

1.110.000

1.150.000

0

0

INT GGE

S

14.1

435.125

435.125

435.125

435.125

INT GGE

S

8.4

1.114.875

1.114.875

1.114.875

1.114.875

kap.lasten warmtestad

S

8.4

250.000

250.000

250.000

250.000

Wijkvernieuwing

I

8.4

4.001.000

4.001.000

0

0

Wijkvernieuwing

S

8.4

700.000

700.000

700.000

700.000

Geen gezin in de kou (tegen energiearmoede)

S

8.4

230.000

230.000

230.000

230.000

SIF plankosten

S

8.1

525.000

1.475.000

1.475.000

1.475.000

Stadshavens

S

8.1

400.000

600.000

800.000

1.000.000

INT Leefkwaliteit, watervisie

S

8.4

150.081

167.968

167.968

167.968

INT Leefkwaliteit, monumenten en erfgoed

I

8.6

100.000

100.000

0

0

INT Leefkwaliteit, monumenten en erfgoed

S

8.6

383.788

383.788

383.788

383.788

Compensatie Eelde

S

9.3

150.000

150.000

150.000

150.000

Groenplan SIF

S

9.3

500.000

500.000

500.000

500.000

Groen in openbare ruimten (extra)

S

9.3

145.000

145.000

145.000

145.000

taakstelling SIF

I

7.2

-1.600.000

-200.000

-1.200.000

-200.000

taakstelling SIF subsidies

I

8.7

-2.000.000

0

0

0

Eindtotaal

16.051.788

20.058.788

14.696.788

16.536.788

Toelichting tabel

  1. De taakstellingen voor het SIF zijn wederom fors gegroeid ten opzichte van 2020:

- Voor het verder uitwerken van het plan van de herontwikkeling van Kardinge is een budget voor plankosten benodigd. Voor de tweede fase van de verkenning naar een nieuw muziekcentrum is opdracht gegeven tot het opstellen van een business case. De business case is bedoeld om de kosten van een nieuw muziekcentrum af te wegen tegen de baten rekening houdend met de kansen en risico’s, zodat een besluit kan worden genomen over het starten van het project. Indien positief wordt besloten over de business case en uiteindelijk de nieuwbouw dan is aanvullend budget nodig voor plankosten. De extra toevoeging van de plankostenclaims voor Kardinge (300 duizend euro) en de Oosterpoort (450 duizend euro) worden vanuit het SIF gedekt.
- Om de overlast op het gebied van fietsparken in de binnenstad te beperken zijn extra middelen nodig voor fietsstewards en handhaving op de maximale parkeerduur en fout gestalde fietsen. Voor fietsstewards zijn alleen incidentele middelen beschikbaar in 2020 en 2021. Verder is voor de handhaving op maximale parkeerduur verspreid over 2 dagen per week en voor handhaving op fout gestalde fietsen in gebied rond het Forum, de Poelestraat en Peperstraat voor 2 dagen per week.
- In de opgaven voor de begroting 2021 houden we rekening met 500 duizend euro in 2021 en 600 duizend euro in 2022 t/m 2024. De taakstelling op fietsparkeren voor de 2021 (200 duizend euro) wordt  gedekt uit de SIF-vrijval. Voor de komende vier jaar is er 500 duizend euro en vanaf 2022-2024 is er 600 duizend euro ter beschikking gesteld.

  1. Om op de logistiek van de binnenstad te handhaven stellen we structureel 200 duizend euro beschikbaar voor hardware en beheer/onderhoud.
  2. We verwachten dat we de herinrichting van de Grote Markt voor een groot deel kunnen betalen uit de bouw- en grondexploitatie Grote Markt Oostzijde/Groninger Forum. Daardoor zou 200 duizend euro (structureel) beschikbaar kunnen komen voor andere doeleinden. Mocht blijken dat dit toch niet mogelijk is, dan vervalt deze bezuinigingsoptie;  
  3. Voor de SIF wijkvernieuwing is er een regiodeal van twee maal 7,5 miljoen euro toegekend. Hiervoor is inmiddels vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de beschikking afgegeven.
  4. De resterende structurele bezuinigingstaakstelling gaan we in 2021 en 2022 zoveel mogelijk incidenteel invullen (door fasering en/of vrijval* binnen de voeding en/of reserve SIF). Daarbij kan het gaan om bijvoorbeeld plankosten, de intensiveringsmiddelen Wonen, de wijkvernieuwing, en/of de binnenstad. Voor de invulling van de vanaf 2022 nog openstaande taakstelling van 180 duizend euro (structureel) doen wij in de begroting 2022 een voorstel;
  5. Voor de invulling van de taakstelling van 1 miljoen euro (incidenteel) in 2023 doen we een voorstel in de begroting 2023;

Een nadere inhoudelijke toelichting op de verschillende onderdelen van het SIF vindt u bij de respectievelijk (deel)programma’s en projecten. Voor de reserve verwijzen we naar hoofdstuk Reserves (begroting 2021).

Deze pagina is gebouwd op 11/16/2020 09:56:27 met de export van 11/16/2020 09:41:12