Financiële positie

Financieel meerjarenbeeld

In onderstaand overzicht staan de opgaven waarvoor in voorgaande begrotingen is voorgesteld om aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Het betreffen opgaven die niet binnen bestaande budgetten opgelost kunnen worden of waar dit onwenselijke consequenties heeft. In het overzicht zijn alle opgaven uit voorgaande jaren opgenomen waarvan het bedrag in de jaarschijf 2021 afwijkt ten opzichte van de vorige jaarschijf 2020. We lichten onder het overzicht alle punten afzonderlijk toe.

Opgaven (reeds middelen voor gereserveerd in voorgaande begrotingen)

Begroting

Deel-programma

I/S

2021

2022

2023

2024

1. Basisbaan

2019

1.1

I

-700

-700

2. Intensivering begeleiding en participatie

2019

1.1

S

500

1.000

1.000

1.000

3. Meer geld voor minder armoede

2020

1.2

I

-30

-30

-30

4. Individuele inkomenstoeslag

2019

1.2

S

40

40

40

40

5. Tekort BUIG

2019

1.2

S

300

300

300

300

    Tekort BUIG

2020

1.2

S

-1.300

-2.100

-2.400

-2.400

6. Werklocaties

2019

2.3

I

-350

-200

    Werklocaties

2019

2.3

S

-140

-255

-255

-255

7. Onderwijshuisvesting

2019

3.1

S

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

8. Subsidies beheer & accommodaties

2019

4.1

I

-25

-25

9. Transitiefonds buurt- en sportaccommodaties

2020

4.1

I

-100

10. Wmo, Beschermd Wonen en Jeugd

2018

4.2

I

-4.300

       Wmo en Jeugd

2019

4.2

S

3.270

3.270

3.270

3.270

       Zorgkosten Wmo

2020

4.2

S

319

2.298

184

184

       Zorgkosten Jeugd

2020

4.2

S

-2.400

-1.600

-400

-400

11. Terugdringen zorgkosten (inkoop jeugd, WIJ & OJG)

2019

4.2

S

-225

-150

-150

-150

12. Aanpak problematische groepen

2019

4.2

I

-98

-98

13. Vervangen kunstgrasvelden

2019

5.1

S

-84

-87

-87

-87

       Vervanging kunstgrasvelden

2020

5.1

S

-74

-259

-296

-296

       Vervanging kunstgrasvelden

2020

5.1

I

-2

-517

-200

14. Verzelfstandiging CBK

2018

6.1

I

-22

15. Cultuurnota

2019

6.1

S

-300

-300

-300

-300

16. Tijdelijke maatregelen fietsenstallingen

2019

7.1

I

-300

-250

17. Kapitaallasten binnenstad

2019

7.4

S

-180

-360

-360

-360

18. Terugdringen autoverkeer: fiets & OV

2019

7.6

S

-18

-18

-18

-18

19. Oosterhamrikzone

2019

7.6

S

-250

-250

-250

-250

20. Stadshavens

2019

8.1

S

-200

-400

-400

-400

21. Energie

2019

8.4

I

-1.110

-1.150

22. Wijkvernieuwing (sociaal / ruimtelijk)

2019

8.4

I

-4.000

-4.000

23. Wijkvernieuwing (fysiek)

2019

8.4

S

-350

-350

-350

-350

24. Erfgoed

2019

8.6

I

-100

-100

25. Groot onderhoud en vervangingen

2018

9.1

I

-137

      Groot onderhoud en vervangingen

2018

9.1

S

-304

-304

-304

-304

      Groot onderhoud en vervangingen

2020

9.1

S

-52

-94

-94

26. Vervanging gele stenen binnenstad

2018

9.1

S

-38

-38

-38

-38

27. Plankosten

2019

9.1

I

-50

-50

28. Stadsbeheer proef

2019

9.1

I

-125

-125

29. Actiecentrum Veiligheid en Zorg

2020

10.3

S

-82

-82

-82

-82

30. Veiligheidsregio

2018

10.4

S

233

233

233

233

31. Digitale dienstverlening

2019

11.1

I

-330

-220

32. Niet realiseren oude taakstellingen

2020

12.1

I

-1.322

-468

41

33. Gebiedsgericht werken

2019

12.2

I

-2.150

-2.150

      Gebiedsgericht werken Haren en ten Boer

2019

12.2

I

-1.075

-1.075

  34. Compensatie OZB niet woningen Haren & ten  Boer

2019

13.1

I

-810

-540

35. Revitalisering Stadhuis

2018

14.1

S

-589 

-589

-589

-589

36. Digitalisering archiefbestanden

2019

14.1

I

-140

-140

      Transitie DIV

2019

14.1

I

-298

37. Huur Oosterboog

2019

14.1

I

-125

38. Huur I&A

2019

14.1

I

-141

39. Huisvesting Iederz

2020

14.1

S

-400

-1.400

-1.400

40. Frictiekosten

2020

14.1

I

-1.170

Opgaven voorgaande jaren

-21.882

-13.291

-3.935

-3.746

1. Basisbaan
Voor mensen die nauwelijks een kans maken op de arbeidsmarkt experimenteren we de komende jaren met de basisbaan binnen verschillende sectoren, bijvoorbeeld ondersteunende taken in de wijk. Met de basisbaan willen we ook deze mensen perspectief bieden. In 2019 stelden we 250 duizend euro beschikbaar. In 2020 t/m 2022 stellen we jaarlijks 700 duizend euro beschikbaar.

2. Intensivering begeleiding en participatie
We ontwikkelen een nieuw werkprogramma dat uitgaat van positief individueel maatwerk. We willen hiermee de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom uit de bijstand versnellen. Een scan van de arbeidsmarktwaarde maakt deel uit van de intake. Als het na 3 maanden niet gelukt is om werk te vinden, komt het Ontwikkelhuis in beeld. Hier wordt scholing en re-integratie geboden. Voor 2020 gaan we uit van extra kosten voor de intensivering van 2 miljoen euro dat jaarlijks afneemt met 500 duizend euro tot 1 miljoen euro vanaf 2022.

3. Meer geld voor minder armoede
We stellen in 2020 t/m 2023 jaarlijks 30 duizend euro beschikbaar voor belangrijke voorzieningen voor minima zoals de maaltijdvoorziening.

4. Individuele inkomenstoeslag
Er is sprake van een structureel tekort dat bovendien sterk is gegroeid ten opzichte van voorgaande jaren. Het tekort en de groei daarvan houden verband met het groeiend aantal deelnemers aan de regeling. Steeds meer mensen met een bijstandsuitkering zitten langer dan 5 jaar in de bijstand en voldoen daardoor aan de voorwaarden voor de regeling. Ook de verhoging van de AOW-/pensioengerechtigde leeftijd speelt een rol. De regeling wordt via de bel- en Wij-teams bovendien steeds bekender, ook bij mensen met een minimuminkomen anders dan een bijstandsuitkering. We hebben 230 duizend euro hiervoor structureel beschikbaar gesteld voor 2020, dit loopt af naar structureel 190 duizend euro vanaf 2021.

5. Tekort BUIG (begroting 2019)
Bij de begroting 2019 is 9,8 miljoen euro beschikbaar gesteld dat naar verwachting met 300 duizend euro afloopt naar een tekort van 9,5 miljoen euro vanaf 2021. Het tekort wordt veroorzaakt door de verdeelsystematiek die een te klein aandeel in het macrobudget berekent voor de gemeente Groningen. (In oktober 2019 is uw per brief geïnformeerd over de BUIG-uitkering 2019-2022).
In onze raming voor 2020 gingen we ervan uit dat de relatief positieve ontwikkeling van onze bijstandsuitgaven zich zou voortzetten. Ons aandeel in de landelijke bijstandsuitgaven was de afgelopen jaren afgenomen en ook waren er extra middelen beschikbaar gesteld om de bijstandsuitgaven nog verder te verlagen. In afwijking van wat we hadden gedacht, is ons aandeel verslechterd. De stijging van ons uitgavenaandeel heeft een negatief effect op het voorspelde tekort op de BUIG. Dit neemt fors toe en bedraagt meer dan 7,5% van het toegekende budget zodat we weer in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. Bij de begroting 2020 is daarom nog eens 5,8 miljoen euro beschikbaar gesteld dat met 1,3 miljoen toeneemt tot een tekort van 7,1 miljoen euro in 2021. Daarna loopt het nadelige tekort op tot 7,9 miljoen euro in 2022 en 8,2 miljoen euro in 2023.  

6. Werklocaties
Groningen groeit , niet alleen in aantal inwoners maar ook in aantal banen. Onze regiofunctie neemt toe en daarmee de druk op de stedelijke regionale voorzieningen. De economie verandert continu. Bedrijven zijn gemiddeld kleiner, zijn meer gericht op (kennisintensieve) dienstverlening, werken samen aan opdrachten en innoveren met de kennisinstellingen en andere bedrijven in plaats achter gesloten deuren. We worden steeds internationaler (met studenten en kenniswerkers), maar ook steeds drukker met bezoekers en toeristen. Ondertussen neemt de druk op de kantorenmarkt, horeca-, leisuremarkt en detailhandelsruimte en bedrijfs-ruimtemarkt verder toe. Willen we deze (ruimtelijk-) economische groei (blijven) accommoderen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat houden heeft dan staan we komende jaren voor een investeringsopgave om:

1. De groei te blijven faciliteren,
2. Een aantrekkelijke vestigingsplaats te blijven, en
3. Flexibel en wendbaar te kunnen inspelen op de veranderende economie.

We creëren investeringsruimte voor verbetering van het vestigingsklimaat, in het bijzonder ontwikkelen we een visie op het profiel van bedrijventerreinen. We werken daarbij samen met de regio, om het aanbod goed op de vraag af te stemmen. We stellen in 2020 125 duizend euro structureel beschikbaar oplopend tot 380 duizend euro in 2022. Daarnaast stellen we incidentele middelen beschikbaar (2021: 350 duizend euro en 2022: 200 duizend euro).

7. Onderwijshuisvesting
Een groot deel van de schoolgebouwen van het basis- speciaal en voortgezet onderwijs is ouder dan 40 jaar. Deze voldoen lang niet altijd meer aan de huidige onderwijskundige inzichten, de huidige energetische uitgangspunten, kunnen niet meer met inzet van regulier onderhoud kwalitatief op peil worden gehouden. In een nieuw Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2019-2022 willen we met alle schoolbesturen en de nieuwe gemeenteraad de ambities vastleggen. We stellen hiervoor een extra structurele bijdrage beschikbaar van 1,5 miljoen euro in 2020 oplopend tot 2,5 miljoen euro vanaf 2021.

8. Subsidies beheer & accommodaties
Buurtcentra zijn van belang voor de sociale cohesie. Met de komst van de WIJ en het GON zijn er algemene, laagdrempelige voorzieningen in de wijk hard nodig. Bij een aantal accommodaties kennen we knelpunten. We stellen incidenteel 25 duizend euro beschikbaar in 2021 en 2022.

9. Transitiefonds buurt- en sportaccommodaties
Het komende jaar gaan we aan de slag met een herijking van accommodatiebeleid. We stellen in 2021 een transitiefonds van 100 duizend euro in zodat na de herijking van het accommodatiebeleid, waar wenselijk en/of noodzakelijk, het in stand houden- en faciliteren van buurt- en dorpsaccommodaties en speeltuingebouwen kan worden bevorderd.

10. Wmo, Beschermd Wonen en Jeugd
Bij de begroting 2018 zijn aanvullende incidentele middelen beschikbaar gesteld voor Wmo, Beschermd Wonen en Jeugd. De extra incidentele middelen in 2021 bedragen 4,3 miljoen euro.
Ook bij de begroting 2019 werden we geconfronteerd met forse tekorten binnen de Wmo en Jeugdwet. De tekorten op jeugd en WMO kennen hun geschiedenis in de decentralisatie, waarbij het rijk naast het afstoten van taken, een forse korting heeft doorgevoerd. In hoofdlijnen komt het erop neer dat we meer met minder moeten doen. De middelen zijn afgenomen, terwijl de vraag naar ondersteuning in volume toeneemt, zowel bij Wmo als Jeugd. Ontwikkelingen zoals extramuralisering, de vergrijzing die gepaard gaat met grotere ondersteuningsbehoefte en de aanzuigende werking van WIJ , zorgen voor een toenemende vraag naar Wmo voorzieningen. Ook bij Jeugd zien we dat de vraag nog steeds onverminderd hoog is. Relatief veel kinderen groeien op in armoede, in gezinnen met meervoudige problematiek of hebben te maken met echtscheidingen en kindermishandeling. Ondertussen wordt er sinds 2015 fors bezuinigd op de Jeugdhulp. Vanaf 2019 zijn er structureel extra middelen beschikbaar gesteld. In 2019 en 2020 betreft het 12,6 en 13,1 miljoen euro. Vanaf 2021 stellen 9,8 miljoen euro per jaar beschikbaar.
De stijging van de zorgkosten Jeugd wordt naast stijging van de tarieven veroorzaakt door de groei van het aantal cliënten in combinatie met een verschuiving naar zwaardere zorg. De zorgkosten voor WMO nemen toe door een forse stijging van het aantal indicaties voor Beschermd Wonen in 2019. Van de zorgkosten wordt niet meer uitgegaan van de verwachte maximale tekorten. De volumegroei bij Jeugd en WMO is op 0% gezet vanaf 2021. Wij verwachten in de toekomst een reële vergoeding van het Rijk te ontvangen. Het college vult de extra tekorten op WMO en Jeugd in de begroting ten opzichte van het coalitieakkoord aan. Dit gaat om een bedrag dat voor Jeugd in 2021 oploopt met 2,4 miljoen euro (en daarna afneemt). Hierbij wordt er vanaf 2021 echter geen rekening gehouden met volumegroei. Dit hangt samen met een afspraak tussen het Rijk en de VNG waardoor de gemeente Groningen compensatie van het Rijk verwacht voor de volumegroei. Voor het extra tekort WMO (dit was in 2020 1,36 miljoen euro) loopt het extra tekort vanaf 2021 terug.

11. Terugdringen zorgkosten (inkoop jeugd, WIJ & OJG)
Om positieve lange termijneffecten te kunnen realiseren hebben we meerdere maatregelen in beeld gebracht. Hierbij zetten we in op een intensieve samenwerking met de diverse instellingen. De maatregelen zijn er mede op gericht de zorgkosten te beheersen. Voor de kosten voor het uitvoeren van de maatregelen stellen we 225 duizend euro structureel beschikbaar in 2021 aflopend naar 150 duizend euro structureel vanaf 2022. Concreet gaat het hierom de invoering van de Ondersteuner Jeugd en Gezin in de WIJ-teams en de huisartsenpraktijken.

12. Aanpak problematische doelgroep
We zien knelpunten bij aanpak van problematische doelgroepen: Het gaat om personen van verward gedrag, doelgroep bij afbouw Tippelzone en ex-gedetineerden. We stellen in 2021 en 2022 98 duizend euro per jaar beschikbaar om deze knelpunten aan te pakken.

13. Vervangen kunstgrasvelden
Er is besloten om bij vervanging van kunstgras af te stappen van rubbergranulaat (SBR) en te kiezen voor kunstgrasvelden non-infill vanuit milieuoverwegingen. Bij de begroting 2019 en 2020 is dekking beschikbaar gesteld voor de structureel hogere kapitaallasten. Daarnaast is voor de sanering van de aanwezige SBR incidenteel dekking nodig.

14. Verzelfstandiging CBK
In de cultuurnota 2017-2020 staat de opdracht de mogelijkheid voor verzelfstandiging van het CBK te onderzoeken. Inmiddels is het CBK verzelfstandigd. Met de verzelfstandiging zijn frictiekosten en transitiekosten gemoeid. We stellen hiervoor 22 duizend euro beschikbaar in 2021.

15. Cultuurnota
Voor 2020 hebben we inzet van de middelen voor cultuur geprioriteerd. Vanaf 2021 zullen de beschikbare middelen worden betrokken bij de integrale afweging van de cultuurnota.

16. Tijdelijke maatregelen fietsenstallingen
We treffen tijdelijke maatregelen voor fietsenstallingen gezien de ervaren hinder van gestelde fietsen in de openbare ruimte. We stellen 300 duizend euro in 2021 en 250 duizend euro in 2022 beschikbaar voor tijdelijke maatregelen fietsenstallingen.

17. Kapitaallasten binnenstad
Het visiedocument Bestemming Binnenstad is vertaald in een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen. Dit uitvoeringsprogramma is door uw raad vastgesteld en jaarlijks actualiseren we het programma. Bij de actualisatie is het aantal projecten toegenomen en is een kostenraming opgenomen voor een aantal projecten die eerder nog niet was uitgewerkt. Het betreft bijvoorbeeld onze ambities voor de Grote Markt, aanlooproute Sontplein, gebiedsontwikkeling Noordwand, et cetera. We stellen voor tot en met 2022 ieder jaar 180 duizend euro structureel hiervoor beschikbaar te stellen. (Bij de begroting 2021 is bij hervorming 34 het beschikbare bedrag voor de binnenstad structureel verlaagd met 200 duizend euro vanaf 2020).

18. Terugdringen autoverkeer: fiets & OV
We houden ook de komende jaren rekening met een financieringsbehoefte voor de verbetering van het fietsnetwerk en het openbaar vervoersysteem. Hiervoor is 235 duizend euro structureel beschikbaar gesteld in 2020. Vanaf 2021 verhogen we dit met 18 duizend euro tot 253 duizend euro.

19. Oosterhamrikzone
De investeringen in de infrastructuur zijn gericht op het verminderen van het aantal autobewegingen binnen de ring. Zo kunnen de luchtkwaliteit en de leefbaarheid fors verbeteren. In dit licht zoeken we naar alternatieven voor de autoverbinding door de Oosterhamrikzone (OHZ). Deze verbinding komt pas in beeld als alternatieven niet voldoen en alleen dan als de negatieve effecten van een autoverbinding in de omgeving substantieel worden opgevangen. De leefkwaliteit staat voorop en om deze zo goed mogelijk te borgen betrekken we belanghebbenden hierbij. We gaan verder met de planvorming van zowel de OHZ als de alternatieven, zodat we in 2021 een afgewogen besluit kunnen nemen. We stellen 250 duizend euro structureel beschikbaar vanaf 2021.

20. Stadshavens
Uw raad heeft in april 2018 opdracht gegeven om voor deelgebied 1 (het gebied tussen Sontweg en Damsterdiep) een stedenbouwkundig plan en een daarbij horende gebiedsbegroting op te stellen. Gezien het belang dat we toekennen aan het beschikbaar krijgen van gemengde woon-/werklocaties en de vraag in de markt, stellen we voor deze ontwikkeling door te zetten. De planning is erop gericht dat de uitvoering in 2020 kan starten. De kosten voor de bodemsanering en de niet aan de grondexploitatie toe te rekenen kosten schatten we op 20 tot 60 miljoen euro. We houden rekening met het tekort door vanaf 2020 cumulatief jaarlijks 200 duizend euro beschikbaar stellen. Vanaf de jaarschijf 2023 wordt de extra kapitaallast betrokken bij de actualisatie van het meerjarenbeeld.

21. Energie
Uw raad heeft in het beleid (warmtevisie/routekaart) vastgesteld dat de gemeente een grotere rol moet hebben dan alleen regie voeren over de transitie in de gebouwde omgeving. De gemeente zou ook een rol moeten hebben van medefinancier en mede-investeerder, naast Rijk, corporaties, particulieren en bedrijfsleven. Achtergrond is de door de raad vastgestelde ambitie dat Groningen CO2-neutraal is in 2035. We zetten daarom in op verschillende onderdelen. Zo maken we wijkenergieplannen in opdracht van het Rijk in de transitie naar aardgasloze wijken, zonder dat daar op dit moment nog middelen tegenover staan. We nemen deel aan de Regionale Energiestrategie, naast onze eigen inzet stelt ook het Rijk hiervoor middelen beschikbaar. We zetten middelen in voor het Windplatform en het Masterplan energie-landschap Meerstad Noord. We stellen hiervoor in 2021 1,11 miljoen euro beschikbaar en in 2022 1,15 miljoen euro.

22. en 23. Wijkvernieuwing (sociaal / ruimtelijk)
In 2018 is een start gemaakt met een nieuwe vorm van wijkvernieuwing (“wijkvernieuwing 3.0”) voor de wijken Selwerd, Beijum, De Wijert en Indische buurt/De Hoogte en een mogelijke verbreding naar Vinkhuizen, Paddepoel (motie Raad) en eventueel Lewenborg . Doelstelling is om toe te werken naar een eigentijdse innovatieve wijkverbeteringsaanpak die een stevige financiële gemeentelijke inbreng vergt. De inzet is gericht op fysieke investeringen in de wijk (openbare ruimte, woonomgeving, inclusief klimaatadaptatie) en gelijktijdige investeringen op sociaal-maatschappelijk vlak en de plankosten (inclusief programmaleiding wijkvernieuwing). De hiervoor genoemde energietransitie geldt als belangrijke motor voor de wijkvernieuwing. In de jaren 2021 en 2022 stellen we voor fysieke en sociale wijkvernieuwing jaarlijks 4,0 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast stellen we 350 duizend structureel beschikbaar vanaf 2021.

24. Erfgoed
De geschiedenis van onze gemeente zegt iets over onze identiteit. Wij koesteren onze cultuurhistorie: de monumenten, de landschappen en de archeologie. Voor het uitvoeren van de erfgoednota stellen we 100 duizend euro per jaar beschikbaar in 2021 en 2022.

25. Groot onderhoud en vervangingen
De komende jaren zijn diverse voorzieningen in de openbare ruimte aan vervanging toe. Of omdat de kosten voor onderhoud in de eindfase te hoog worden of omdat de voorziening echt ‘op’ is. Via voorgaande begrotingen zijn meerjarig budgetten gereserveerd voor aanvullend groot onderhoud en vervangingen. Het betreft een structurele component voor vervangingsinvesteringen en een incidentele component voor groot onderhoud. Het gaat om vervanging en groot onderhoud van het openbaar lichtnet, beweegbare bruggen en viaducten, verharding, speeltoestellen en openbare recreatievoorzieningen.

26. Vervanging gele stenen binnenstad
De gele stenen in de binnenstad worden steeds gladder, waardoor het risico op valpartijen toeneemt, vooral wanneer de stenen nat zijn. Uit een meting in het najaar van 2016 blijkt dat bij een aantal straten de stroefheid inmiddels op of onder de minimale verzekeringsgrens ligt. In de andere straten ligt de stroefheid nog boven de grens, maar is het een kwestie van tijd dat ook deze straten onder de minimum grens komen. We willen de komende jaren alle stenen in de binnenstad vervangen door een nieuwe steen die voldoende stroef blijft. Om de grootse risico ’s te beperken, ruwen we de gladste straten in de tussentijd op.
De kosten van de gehele operatie bedragen 8,6 miljoen euro. Dekking kan voor een deel worden gevonden in de hiervoor nog beschikbare incidentele middelen. De overige investeringskosten (ruim 8,1 miljoen euro) bouwt in de komende jaren op tot een structurele kapitaallast van 332 duizend euro. Deze kan in de komende jaren voor 80 duizend euro worden gedekt uit (het voorkomen van) onderhoud. De opgave vanaf 2021 bedraagt 38 duizend ten opzichte van de begroting 2020 (de totale gedekte kapitaallast zijn daarmee 252 duizend euro).

27. Plankosten
We stellen in 2021 en 2022 per jaar 50 duizend euro beschikbaar voor plankosten. Dit zijn kosten voor het werken in projecten die we niet direct vanuit het programma Leefkwaliteit initiëren, maar waar we wel plankosten moeten maken (inzet projectleider, ontwerper of andere adviseur) om extra groen of een impuls in de openbare ruimte voor elkaar te krijgen.

28. Stadsbeheer proef
Een belangrijk deel van het onderhoud in de gemeente wordt momenteel uitgevoerd door circa 260 medewerkers die vallen onder de Wet Sociale Werkvoorziening. Met het van kracht worden van de Participatiewet is vanaf 2015 nieuwe instroom binnen deze groep niet meer mogelijk en neemt het aantal medewerkers binnen deze groep af. We vinden het onverminderd belangrijk om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt een plek te bieden in het onderhoud van de gemeente en zoeken daarom naar andere vormen. In 2019 is gestart met de concrete uitwerking van een proef. We stellen voor deze proef in 2021 en 2022 jaarlijks 125 duizend euro beschikbaar.

29. Actiecentrum Veiligheid en Zorg
De gemeente Groningen is zetelgemeente voor het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AVZ). Dat betekent dat wij het AVZ huisvesten en ondersteunen met PIOFACH taken. Tot op heden zijn daarvoor niet de reële kosten doorgerekend aan het AVZ. Afgesproken is de kosten gefaseerd worden verrekend met deelnemende gemeenten zodat alle kosten vanaf 2021 door het AVZ wordt gedekt. Een groot deel van deze extra te verrekenen kosten valt terug naar de gemeente Groningen. In 2020 is hiervoor 82 duizend euro beschikbaar gesteld, vanaf 2021 verhogen we dit naar 164 duizend euro per jaar.

30. Veiligheidsregio
De afgelopen jaren heeft de Veiligheidsregio een aantal autonome ontwikkelingen incidenteel (binnen de eigen begroting) kunnen opvangen. Vanaf 2018 is dit niet langer mogelijk omdat de incidentele ruimte niet meer beschikbaar is. In 2016 is door een extern bureau een takenevaluatie gestart met als doel inzichtelijk te maken op welke wijze het takenpakket van de Veiligheidsregio duurzaam in evenwicht kan worden gebracht met de beschikbare middelen. Uit de takenevaluatie blijkt dat de Veiligheidsregio beleidsarm is ingericht en de focus ligt op de uitvoering. Dit uit zich in een relatief lage overhead en in een smalle top. De verwachting is dan ook niet dat er door het voeren van een takendiscussie een significante besparing te behalen valt. Het rapport geeft een richting voor de takendiscussie. Dit betekent dat de bijdrage van de deelnemers aan de Veiligheidsregio omhoog moet. Daarnaast is (onder andere) sprake van hogere kosten als gevolg van hogere pensioenlasten, hogere lasten functioneel leeftijdsontslag (FLO) als gevolg van het verhogen van de AOW leeftijd en hogere opleidingskosten. De aanvullende bijdrage voor de gemeente daalt in 2021 van 1,044 miljoen euro naar 811 duizend euro.

31. Digitale dienstverlening
De digitalisering van de samenleving heeft een grote impact op de gemeente. Deze impact betreft met name de veranderende interactie met burgers, de grotere rol van data in de taakuitvoering, de transitie naar gemeentebrede en overheidsbrede dienstverlening en de noodzaak van continue innovatie en aanpassing aan veranderende verwachtingen van de maatschappij. Deze veranderingen kunnen deels binnen de organisatie worden gerealiseerd maar vereisen ook de ontwikkeling van nieuwe relaties met burgers, bedrijven en andere overheden en instanties. We stellen hiervoor incidenteel middelen beschikbaar: 330 duizend euro in 2021 en 220 duizend euro in 2022.

32. Niet realiseren oude taakstellingen
Een aantal nog openstaande oude taakstellingen op de organisatie zijn niet realiseerbaar. Deze taakstellingen zijn afkomstig uit eerdere bezuinigingsrondes om de begroting sluitend te krijgen. Het grootste gedeelte hiervan is gerealiseerd, een deel echter niet. In 2021 bedraagt dit 1,3 miljoen euro aflopend tot 468 duizend euro in 2022. In 2023 wordt een beperkt voordeel gerealiseerd.

33. Gebiedsgericht werken
Gebiedsgericht werken is een bij gemeentelijk beleid te bevorderen en ondersteunen. Daarnaast jagen we hiermee een integrale gemeentelijke aanpak van opgaven in wijken aan. Voor de uitvoering van de programma's stellen we extra middelen beschikbaar. Voor de jaren 2021 en 2022 stellen we 2,150 miljoen euro beschikbaar.
Daarnaast stellen we middelen beschikbaar voor gebiedsgericht werken vanuit budgetten van verschillende programmabudgetten. We stellen in 2021 en 2022 1,075 miljoen euro beschikbaar voor het onderbrengen van Haren en ten Boer bij gebiedszaken.

34. Compensatie OZB niet woningen Haren & Ten Boer
De harmonisatie van de OZB leidt voor bedrijven in de oude gemeenten Haren en Ten Boer tot een forse lastenstijging. Bedrijven in Haren en Ten Boer betalen na herindeling meer aan OZB dan daarvoor. We willen voor deze bedrijven daarom een compensatieregeling treffen. We stellen hiervoor 810 duizend euro beschikbaar in 2021 en 540 duizend euro in 2022.

35. Revitalisering Stadhuis
Bij het stadhuis moet een aantal noodzakelijke maatregelen worden getroffen. Het gaat bijvoorbeeld om uitbreiding in verband met de groei van het aantal raadsleden, noodzakelijke onderhoud- en versterkingsmaatregelen en maatregelen op het gebied van verduurzaming. Daarnaast biedt de aanpak van het stadhuis ook een mogelijkheid het monumentale karakter te verbeteren en voor een kwaliteitsslag waarmee we het functioneren van het gebouw optimaliseren en weer bij de tijd brengen. Eind september 2017 heeft uw raad ingestemd met de optie waarbij de raadszaal wordt verplaatst naar de derde verdieping. De structurele kosten bedragen 589 duizend euro vanaf 2021.

36. Digitalisering archiefbestanden en Transitie DIV
Digitaal werken is noodzakelijk om aansluiting te houden met de digitalisering van de maatschappij. Informatie delen en verrijken zijn daarin belangrijke thema’s. Om dat te kunnen moet de basis op orde zijn. Er is geconstateerd dat er grote knelpunten zijn in de analoge en digitale archivering. De maatregelen zijn in een programma uitgewerkt, maar vragen een forse financiële en personele inspanning. We stellen voor de digitalisering van archiefbestanden 140 duizend euro beschikbaar in 2021 en 2022. Voor de transitie van DIV stellen we 298 duizend beschikbaar in 2021.

37. Huur Oosterboog
De huurovereenkomst voor het pand Oosterboog liep af eind 2018 en zou niet worden verlengd. De huidige gebruikers van de Oosterboog (DMO, Regiovisie/Groningen Bereikbaar en WIJ Centrum) blijven echter hier gehuisvest de komende jaren. Wij hebben elders geen kantoorruimte beschikbaar om deze gebruikers te huisvesten. We stellen 125 duizend euro beschikbaar in 2021 om het pand Oosterboog beschikbaar te houden voor huisvesting.

38. Huur I&A
We huren een pand aan de Griffeweg zodat onderdelen van I&A uitgeplaatst konden worden om het Noordelijke Belastingkantoor te huisvesten aan de Trompsingel. De huur is voor de verwachte duur van de reorganisatie I&A. De reorganisatie is echter nog niet afgerond. We stellen voor om in 2021 hiervoor 141 duizend euro beschikbaar te stellen.

39. Huisvesting iederz
We stellen in 2022 0,4 miljoen euro en vanaf 2023 1,4 miljoen euro beschikbaar voor de herhuisvesting van iederz.

40. Frictiekosten
In 2013 is voor het mobiliteit- en herplaatsingsvraagstuk een programma ingericht met de werktitel ‘van Werk naar Werk’. Dit programma is ingericht voor het begeleiden van herplaatsingskandidaten naar ander werk. Voor de daarmee verband houdende frictiekosten worden in de begroting budgetten opgenomen. Dit betreft dekking voor reorganisaties bij onder andere het Shared Service centrum en publieke dienstverlening. We stellen hiervoor 1,17 miljoen euro beschikbaar in 2021.

Deze pagina is gebouwd op 11/16/2020 09:56:27 met de export van 11/16/2020 09:41:12