Financiële positie

Financieel meerjarenbeeld

In dit onderdeel van de financiële positie lichten wij de hervormingen toe die in voorgaande jaren in de begroting zijn verwerkt. Het betreft de nog openstaande hervormingen afkomstig uit de begrotingen 2019 en 2020. Ieder van deze hervormingen wordt vervolgens toegelicht.

Hervormingen voorgaande begrotingen

Begr-oting

Deelpro-gramma

I/S

2021

2022

2023

2024

1. Intensivering begeleiding en participatie

2019

1.1

S

1.000

2.000

2.000

2.000

2. Inzetten ESF subsidies

2020

1.1

S

250

250

250

250

3. Akkoord van Groningen

2020

2.1

S

200

200

200

200

4. Stedenbanden

2020

2.1

S

30

30

30

30

5. Economische Zaken, marketing Groningen

2020

2.2

S

100

100

100

100

6. Confucius instituut

2020

2.2

S

30

30

30

30

7. Minder subsidies aan instellingen

2019

3.1

S

65

65

65

65

8. Peuteropvang

2020

3.1

S

-200

-200

-200

9. Innovatiemiddelen onderwijs

2020

3.1

S

50

50

50

50

10. Natuur- en duurzaamheidseducatie

2020

3.1

S

120

120

120

7. Minder subsidies aan instellingen

2019

4.1

S

250

250

250

250

11. Transformatiebudget GGD

2019

4.1

S

300

300

300

300

12. Gezondheidsbeleid/projecten

2020

4.1

S

150

150

150

150

13. Beter benutten buurtaccommodaties

2020

4.1

S

100

100

100

100

14. Gemeenschappelijke regeling PG&Z (wettelijke taken GGD)

2020

4.1

S

300

300

300

300

15. Sociale basis

2020

4.1

S

145

145

145

145

       Sociale basis

2020

4.2

S

255

255

255

255

16. Terugdringen zorgkosten (inkoop jeugd, WIJ & OJG)

2019

4.2

S

2.500

4.000

4.000

4.000

7. Minder subsidies aan instellingen

2019

4.2

S

20

20

20

20

17. Integrale aanpak multiproblematiek

2019

4.2

S

2.000

2.000

2.000

2.000

18. Maatschappelijke begeleiding statushouders

2020

4.2

S

30

30

30

30

19. Overige besparingen

2019

5.1

S

80

80

80

80

7. Minder subsidies aan instellingen

2019

5.1

S

20

20

20

20

20. Sport

2020

5.1

S

-3

257

257

257

7. Minder subsidies aan instellingen

2019

6.1

S

145

145

145

145

21. Evenementen tarieven

2020

6.1

S

165

165

165

165

22. SIF-middelen

2020

7.2

I

1.600 

1.000

       SIF-middelen

2020

7.2

S

400

2.000

2.000

2.000

      Binnenhalen subsidies voor SIF projecten

2019

7.2

I

2.000

23. Parkeergarage Leonard Springerlaan

2020

7.4

I

2.000

24. Uitbreiding betaald parkeren

2020

7.4

S

30

80

80

80

25. Ringsparen

2020

7.6

I

381

381

381

26. Incidentele grondopbrengst

2020

8.1

I

2.500

27. Duurzame energieopwekking

2020

8.4

S

1.000

1.000

1.000

28. Organisatorische inrichting

2020

8.4

I

190

190

190

29. Beheer en onderhoud

2020

9.1

S

40

40

40

40

30. Gebruik openbare ruimte (parkeren, precario en reclame)

2019

10.1

S

150

150

150

150

31. Programmagelden veiligheid

2020

10.1

S

150

150

150

150

32. Publieke dienstverlening

2020

11.1

S

100

100

100

100

33. Verkiezingen

2020

11.1

I

50

50

50

34. Interne loon- en prijscompensatie organisatie

2019

12.1

S

1.400

3.100

3.100

3.100

35. Herindelingsbudget (dekking OZB-compensatie)

2019

12.1

I

110

36. Afwegen samenwerkingen, deelname regelingen en akkoorden

2020

12.1

S

600

600

600

600

37. Subsidies

2020

12.1

S

250

500

500

500

       Subsidies

2020

12.1

I

1.000

1.000

1.000

38. Beleidsharmonisatie

2020

12.1

S

500

500

500

500

39. Organisatorische inrichting

2020

12.1

S

2.250

2.500

3.000

3.000

40. Frictiekosten

2020

12.1

I

-2.102

-763

-220

41. Ingroeitaakstelling organisatie

2019

12.2

I

1.075

1.075

       Ingroeitaakstelling organisatie

2019

12.2

S

630

630

630

630

42. OZB verhogen

2020

13.1

S

820

1.640

2.460

2.460

43. Afvalinzameling en -verwerking

2020

13.1

S

532

532

532

532

44. Vrijval compensatieregeling OZB

2020

13.1

I

209

140

45. Inzet weerstandsvermogen

2019

14.1

I

3.648

1.782

       Saldo financieel perspectief via AER

2019

14.1

I

4.078

-1.353

       Inzet weerstandsvermogen

2020

14.1

I

9.922

6.727

-7.046

      Ruilmiddelen

2019

14.1

S

-904

-904

-904

-904

46. Taken organisatie (inclusief externe inhuur)

2019

14.1

S

1.500

3.000

3.000

3.000

47. Herstructurering medezeggenschap

2020

14.1

S

122

122

122

122

48. Verstrekking hardware ICT middelen

2020

14.1

S

10

30

40

40

Totaal hervormingen voorgaande jaren

41.423

37.861

23.317

27.962

1. Intensivering begeleiding en participatie
Met de ontwikkeling van een nieuw werkprogramma dat uitgaat van positief individueel maatwerk, willen we de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom uit de bijstand versnellen. We stellen het zoeken naar en krijgen van werk centraal. Hiermee realiseren we een besparing op de BUIG uitgaven waardoor het tekort op de BUIG wordt verlaagd. Hierdoor is er minder inzet van gemeentelijke middelen nodig om het tekort af te dekken. De besparing die we met de uitvoering van het programma realiseren loopt in 2021 op met 1 miljoen euro en vanaf 2022 met 2 miljoen euro. (De begroting 2020 hield al rekening met een structurele besparing van 3 miljoen euro).

2. Inzetten ESF subsidies
We houden vanaf 2021 rekening met subsidies vanuit het ESF van 250 duizend euro per jaar.

3. Akkoord van Groningen
Er zal met de zes Akkoordpartners besproken worden hoe de bezuinigingen worden verwerkt in de begroting en wat ze betekenen voor de plannen en doelstellingen op termijn. We houden rekening met een besparing van 200 duizend euro vanaf 2021.

4. Stedenbanden
Vanaf 2021 wordt er structureel 30 duizend euro bezuinigd op de subsidies stedenbanden en mondiale bewustwording. Het plafond van de subsidies zal met dit bedrag verlaagd worden tot 100 duizend euro.

5. Economische Zaken, marketing Groningen
Wij gaan in gesprek met Marketing Groningen en de provincie Groningen. Dit gesprek zal onder andere gaan over een verbeterde afstemming in de financiering van Marketing Groningen. Wij gaan in gesprek met Marketing Groningen over de inzet die wij verwachten vanuit de gemeentelijke opdracht en exploitatiesubsidie. Daarnaast zullen wij gezamenlijk kijken naar de vaste componenten in de financiering van Marketing Groningen en de flexibele ruimte die overblijft. We verwachten 100 duizend euro te besparen.  

6. Confucius instituut
Vanaf 2021 zullen wij geen subsidie meer verstrekken aan het Confucius instituut. Dit instituut wordt breed gedragen door de kennisinstellingen, waarbij subsidie vanuit de gemeente niet langer noodzakelijk is. De besparing bedraagt 30 duizend euro.

7. Minder subsidies aan instellingen
Verschillende instellingen voeren in opdracht van de gemeente activiteiten uit waarvoor zij subsidie ontvangen. Vanaf 2021 besparen we 500 duizend euro structureel. (Bij de begroting 2020 is al rekening gehouden met een structurele besparing van 500 duizend euro. De totale besparing bedraagt daarmee structureel 1 miljoen euro vanaf 2021).

8. Peuteropvang
Op basis van de prognose van de groei van het gebruik van de urenuitbreiding houden we rekening met een vrijval op het budget van peuteropvang vanaf 2020. Daarnaast realiseren we vanaf 2020 een besparing van 350 duizend euro doordat een deel van de uitgaven voor peuteropvang gedekt kan worden uit structureel rijksbudget voor onderwijsachterstandenbeleid. De besparing bedraagt 1,05 miljoen euro in 2020 en 2021 en 850 duizend euro vanaf 2022.

9. Innovatiemiddelen onderwijs
Via de inzet van intensiveringsmiddelen ‘leren’ versterken we de onderlinge samenwerking in het onderwijs en stimuleren we de ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven. Vanaf 2021 besparen we 50 duizend euro structureel door te stoppen met Shelter City.

10. Natuur- en duurzaamheidseducatie
Op natuur- en duurzaamheidseducatie besparen we vanaf 2022 structureel 120 duizend euro (=10%). We onderzoeken hiervoor nog verschillende scenario’s om zo min mogelijk te snijden in de inhoud.

11. Transformatiebudget GGD
Bij de verzelfstandiging van de GGD is een transformatiebudget beschikbaar gesteld. Vanaf 2021 valt het  transformatiebudget verzelfstandiging GGD in principe vrij. Dit betekent een besparing van 300 duizend euro vanaf 2021.

12. Gezondheidsbeleid/projecten
We kiezen ervoor de inzet vanuit het gezondheidsbeleid slimmer te verbinden met andere projecten/ aanpakken en brengen meer focus aan binnen het vastgestelde beleid. De besparing vanaf 2021 bedraagt 150 duizend euro.

13. Beter benutten buurtaccommodaties
We herijken ons accommodatiebeleid. De accommodaties zijn een middel ter versterking van de sociale basis of samenhang in wijken en dorpen. Daarbij is het van belang dat de drie sporen van gebiedsgericht werken, de sociale basis en het accommodatiebeleid bij elkaar komen. Meer samenwerking en het beter benutten van alle buurtaccommodaties is het doel. We gaan er daarbij vanuit dat we vanaf 2021 taakstellend een bezuiniging van 100 duizend euro structureel kunnen realiseren.  

14. Gemeenschappelijke regeling PG&Z (wettelijke taken GGD)
De gemeente Groningen zet in op een hervorming van de GR PG&Z per 2021. Hiervoor moet het Algemeen Bestuur van de GR PG&Z in 2019 een besluit nemen. We zetten in op een gedragen gezamenlijk besluit waarbij er gezocht wordt naar een efficiency-slag binnen de GGD om deze hervorming te realiseren. De besparing is 300 duizend euro vanaf 2021.

15. Sociale basis
Door middel van efficiencyslagen hebben we in nauw overleg met instellingen subsidies kunnen verlagen. Ten aanzien van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken wordt een naar verwachting te verantwoorden deel van de jaarlijkse vrijval vanuit de Meerkostenregeling aangewend. De besparing is 400 duizend euro vanaf 2021.

16. Terugdringen zorgkosten (inkoop jeugd, WIJ & OJG)
Voor het omlaag brengen van de zorgkosten zijn meerdere maatregelen in beeld gebracht. Een aantal maatregelen moet leiden tot een reductie van de zorgkosten:

  • We investeren in een brede invoering van de Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG). Via de inzet van deze OJG verminderen we vermijdbare verwijzing naar gespecialiseerde hulpverlening;
  • Via innovatie van de inkoop Jeugd. Dit kunnen wijzigingen zijn binnen het bestaande inkoopmodel of door de zorg op een andere manier in te kopen. De huidige inkoopcontracten lopen t/m 2020;
  • Binnen de WMO zien we nog enkele maatregelen om de efficiency te vergroten, onder meer door aanpassingen binnen collectief vervoer;
  • We willen de ondersteuning vanuit de WIJ goedkoper organiseren. We werken de mogelijkheden uit voor beperking en aanscherping van de opdracht aan de WIJ. Daarbij onderzoeken we mogelijkheden om de WIJ sterker als netwerkaanjager in te zetten en om te differentiëren op basis van wat inwoners nodig hebben.

17. Integrale aanpak multiproblematiek
Wij richten ons op de aanpak van 240 multiprobleem gezinnen, waarbij we toewerken naar een duurzaam perspectief op verbetering. Met 1 gezin, 1 plan en 1 aanpak krijgen gezinnen de ondersteuning die nodig is; een stapeling van indicaties wordt zo voorkomen. De besparingen van deze aanpak bedragen 2 miljoen euro vanaf 2021. (Vanaf 2020 is al rekening gehouden met een structurele besparing van 1 miljoen euro).

18. Maatschappelijke begeleiding statushouders
We realiseren een bezuiniging van 10 procent op het beschikbare budget voor de maatschappelijke begeleiding van vergunninghouders. Het gaat daarbij om een besparing van ongeveer 30 duizend euro per jaar. Consequentie van de maatregel is dat we geen maatschappelijke begeleiding meer kunnen bieden aan niet inburgering-plichtige vergunninghouders. Deze groep bieden we nu indien nodig wel ondersteuning aan, echter we ontvangen hiervoor geen vergoeding van het Rijk. Van het Rijk ontvangen we alleen financiële middelen om inburgering-plichtige statushouders deze ondersteuning te bieden. Het is niet ondenkbaar dat de regeling per 2021 verandert, met de stelselwijziging inburgering.

19. Overige besparingen
We gaan niet extra investeren en beraden ons op de toekomst van de Drafbaan. Vanaf 2021 verwachten we door het niet extra investeren een structurele vrijval te realiseren van 80 duizend euro.

20. Sport
Uitgangspunt bij het maken van noodzakelijke keuzes is geweest dat we bestaande voorzieningen in stand laten. Ook maken we de keuze om nieuwe investeringen in sportaccommodaties te blijven doen. Het co-investeringsfonds zetten we deels in om de opgave te kunnen realiseren. De basis van Bslim wordt gecontinueerd. Voor de uitbreiding stellen we vanaf 2020 minder middelen beschikbaar dan beoogd. Vanaf 2021 stellen we geen middelen meer beschikbaar voor verenigingsondersteuning. We kiezen er voor om vanaf 2021 de afschrijvingstermijn van kunstgrasvelden met een jaar te verlengen. De korting op het trainingsveldtarief voor sportverenigingen is uitgesteld tot sportseizoen 2021/2022 en wordt betrokken bij de totale harmonisatie van de sporttarieven. Vanaf 2021 zijn er minder middelen beschikbaar voor de subsidiëring van topsportevenementen. Voor het overige zien we in de toekomst mogelijkheden om de bezuinigingsopgave binnen sport te kunnen realiseren. Hieraan geven we de komende jaren verder invulling. De besparing voor 2020 was 343 duizend euro en dit neemt in 2021 met 3 duizend euro af tot 340 duizend euro. Vanaf 2022 neemt de structurele besparing toe met 257 duizend euro.

21. Evenementen tarieven
We gaan meer opbrengsten uit evenementen genereren. Dit realiseren we met de huuropbrengsten van grote evenementen op de Drafbaan. Door acquisitie hebben we drie evenementen erbij die huur betalen voor de Drafbaan. De structurele besparing vanaf 2021 is 165 duizend euro.

22. SIF-middelen
We stellen voor de algemene bezuiniging op de structurele middelen van het SIF voor het grootste deel in te vullen door het schrappen van de parkeergarage in stationsgebied Zuid. In de begroting 2019 was daarvoor in 2021 400 duizend euro structureel beschikbaar gesteld en vanaf 2022 1,82 miljoen euro. We gaan de oplossingen voor het parkeren daar betrekken bij de nog te maken nadere keuzes voor de ontwikkeling van dat gebied.
De resterende structurele bezuinigingstaakstelling gaan we in 2021 zoveel mogelijk incidenteel invullen (door fasering en/of vrijval binnen de voeding en/of reserve SIF). Daarbij kan het gaan om bijvoorbeeld plankosten, de intensiveringsmiddelen Wonen, de wijkvernieuwing, en/of de binnenstad. Voor de invulling van de vanaf 2022 nog openstaande taakstelling van 180 duizend euro structureel zullen wij in de begroting 2022 een voorstel doen. Voor de taakstelling van 1 miljoen euro in 2023 doen we een voorstel in de begroting 2023. We verwachten dat we in 2021 circa 2 miljoen subsidie kunnen realiseren voor de SIF projecten.

23. Parkeergarage Leonard Springerlaan
De parkeergarage aan de Leonard Springerlaan is gemeentelijk eigendom. Door deze parkeergarage te verkopen, kan een eenmalige opbrengst worden gerealiseerd van naar verwachting 2 miljoen euro in 2022. Daar tegenover staat het wegvallen van de jaarlijkse huuropbrengsten van 160 duizend euro netto en toekomstige lasten van groot onderhoud.

24. Uitbreiding betaald parkeren
Met de verdere uitbreiding van betaald parkeren naar wijken in het stedelijk gebied willen we kwaliteit in de openbare ruimte toevoegen. In wijken met een hoge parkeerdruk brengen we door het invoeren van een parkeerregime de parkeerdruk omlaag. In de openbare ruimte die we daarmee winnen, kunnen we de andere functies van de straat (fietsen, wandelen, spelen, groen, ontmoeten) verder de ruimte geven.
Wanneer we in een klein(er) gebied betaald parkeren in te voeren, weten we dat het probleem zich verplaatst naar de naastgelegen straten, waar parkeren (nog) gratis is. We noemen dat het waterbedeffect. Dat voorkomen we door in één keer in een groter deel van de stad een parkeerregime in te voeren. Dat we een vergoeding mogen vragen voor privé stallen van een auto in de openbare ruimte stelden we in de Parkeervisie al vast.
Naast extra leefkwaliteit, levert het uitbreiden van het betaaldparkerengebied extra opbrengsten op. We verwachten een extra opbrengst van 100 duizend euro te kunnen genereren. Daarbij gaan we er vanuit dat we invulling kunnen geven aan deze uitbreiding door het aantal beschikbare betaalautomaten op straat te verdunnen.
Een ander deel van de taakstelling kan worden gerealiseerd met een aanpassing van het systeem van bezoekersparkeren, het verhogen van de kostendekkingsgraad van de buurtstallingen en de herziening van contracten met leveranciers. Totale extra opbrengsten kunnen dan oplopen tot 200 duizend euro vanaf 2022. Om deze taakstelling te kunnen halen is het wel noodzakelijk het creëren van draagvlak voor een parkeerregime opnieuw te overwegen.
De wijze van uitvoering, de grenzen van het gebied en de implicaties van de uitrol van betaald parkeren over een groter deel van de stad gaan we nader onderzoeken.

25. Ringsparen
Van het Ringspaarbudget zetten we 381 duizend euro gedurende 4 jaar elders in. De aanleg van de ‘inprikker’ vanaf het Emmaviaduct naar stationsgebied Zuid wordt daar niet door geraakt. Na 2023 vloeien deze middelen weer terug naar de ringspaarprojecten. We gaan hierover in gesprek met de provincie.

26. Incidentele grondopbrengst
We verwachten een incidentele grondopbrengst van 2,5 miljoen euro in 2021.

27. Duurzame energieopwekking
We verwachten middelen te kunnen genereren door investeringen in de transitie naar duurzame energieopwekking, waarbij we deze toekomstige te verwachten revenuen ten goede zullen laten komen van de gemeente. De gemeente kan daarnaast besluiten om tevens een deel van dit voordeel ten goede te laten komen aan de inwoners in de vorm van investeringen in andere duurzame energievoorzieningen. De hervorming blijkt moeilijk te realiseren en vervalt daarom (zie opgave 36 van de begroting 2021).

28. Organisatorische inrichting
Er wordt een (schaal)voordeel gerealiseerd op de personele inzet (aardbevingsgelden). Dit leidt tot een besparing van 190 duizend euro in 2020  tot en met 2023.

29. Beheer en onderhoud
Er wordt een structurele besparing gerealiseerd op beheer en onderhoud vanaf 2020. De besparing op de schaapskudde van 40 duizend euro gaat in vanaf 2021.

30. Gebruik openbare ruimte (parkeren, precario en reclame)
Wij brengen het gebruik van schaarse openbare ruimte meer in rekening. Daarom verhogen we de parkeertarieven in de binnenstad en schilwijken en de tarieven voor parkeervergunningen. Daarnaast voeren we een reclamebelasting in, de opbrengsten uit abri's worden vergroot en verhogen we de precariobelasting. De extra opbrengsten die met het gebruik van de openbare ruimte samenhangen lopen op tot 1,365 miljoen in 2022 (2019: +500 duizend euro, 2020:+715 duizend euro, 2021: +150 duizend euro).

31. Programma veiligheid
De bezuinigingstaakstelling zal ten laste worden gebracht van de deelprogramma’s 10.1 Veilige woon- en leefomgeving, 10.2 Jeugd en Veiligheid en 10.3 Integriteit en Veiligheid. De nadere invulling vindt plaats in overleg met de burgemeester. De besparing bedraagt 150 duizend euro in 2020 en 300 duizend euro vanaf 2021.

32. Publieke dienstverlening
De kosten van de decentrale gemeenteloketten staan onder druk. De kwaliteit van onze dienstverlening kan worden behouden en wellicht versterkt door een andere vorm van analoge dienstverlening. We komen in een afzonderlijk voorstel hierover bij uw raad op terug. We verwachten een besparing te kunnen realiseren van 100 duizend euro vanaf 2021.

33. Verkiezingen
De kosten voor verkiezingen lopen al enige jaren op. Door middel van een aantal maatregelen worden deze kosten omlaag gebracht. Hierbij zal worden onderzocht hoe er 50 duizend euro bespaard kan worden op het organiseren van verkiezingen. Hierbij zal de toegankelijkheid en nabijheid van stembureaus voor de inwoner zoveel mogelijk worden gewaarborgd.

34. Interne loon- en prijscompensatie organisatie
Voor stijgende prijzen en de loonontwikkeling worden budgetten jaarlijks gecompenseerd om de koopkracht te behouden. We geven deze compensatie aan de eigen organisatie niet volledig door. De lagere uitgaven zijn hierdoor naar verwachting 1,4 miljoen euro lager in 2021 oplopend tot 3,1 miljoen euro vanaf 2022.

35. Herindelingsbudget (dekking OZB-compensatie)
Een herindeling gaat gepaard met frictiekosten waarvoor we via het gemeentefonds een herindelingsbijdrage ontvangen. Voor het verzachten van de harmonisatie van tarieven voor niet-woningen zetten we een deel van dit budget in (2021: 110 duizend euro).

36. Afwegen samenwerkingen, deelname regelingen en akkoorden
De gemeente Groningen werkt met verschillende partijen samen in samenwerkingsverbanden. We onderzoeken en heroverwegen de effectiviteit van de bestaande samenwerkingsverbanden en Gemeenschappelijke Regelingen. De besparing bedraagt 600 duizend euro vanaf 2021.

37. Subsidies
Voor innovatieve doelen en ambities is op veel thema’s EU geld beschikbaar. Op dit moment hebben we onze inzet op het daadwerkelijk schrijven van Europese projecten ad hoc geregeld via de capaciteit van verschillende programma’s. Daarnaast heeft de gemeente Groningen een woondeal met de rijksoverheid gesloten. Zo komen Groningse projecten in aanmerking voor een bijdrage uit een speciaal fonds. Door middel van deze maatregel willen we een team vormen om gestructureerd subsidies binnen te halen en te verantwoorden.

38. Beleidsharmonisatie
Harmoniseren van beleid binnen de gemeente Groningen moet vanaf 2021 leiden tot een besparing van 500 duizend euro. Er wordt gekeken naar het optimaliseren, vereenvoudigen en standaardiseren van het beleid. Dit moet leiden tot meer samenwerking en samenhang tussen de verschillende directies binnen de gemeente.

39. Organisatorische inrichting
De huidige opzet van de organisatie zal worden bekeken of dit anders kan worden ingericht en uitgevoerd. Hierbij zijn diverse aandachtspunten te benoemen, waaronder: efficiënter organiseren, leanen van procedures en processen, verhogen kostenbewustzijn, reductie van functies, resultaatgerichter sturen, bepalen serviceniveau en minder versnippering van functies. We besparen 2,25 miljoen euro in 2021 oplopend tot 3 miljoen euro in 2023.

40. Frictiekosten
Er worden diverse maatregelen getroffen om te komen tot een sluitende (meerjaren)begroting. In een aantal gevallen zijn frictiekosten onvermijdelijk, bijvoorbeeld voor maatregelen die de organisatie raken. In de periode 2020-2023 hebben we daarom een bedrag van 5,17 miljoen euro. gereserveerd voor frictiekosten. In de nadere uitwerking moet blijken of en in welke mate frictiekosten daadwerkelijk gaan optreden.

41. Ingroeitaakstelling organisatie
Voor gebiedsgericht werken stellen we middelen beschikbaar door bestaande budgetten te verschuiven. Als ingroeitaakstelling voor de organisatie houden we rekening met een incidenteel bedrag van 1,075 miljoen voor 2020 t/m 2022 en een structureel bedrag dat oploopt van 627 duizend euro in 2020 naar 1,257 miljoen euro vanaf 2021. Deze dekkingsmaatregel heeft een relatie met de opgave gebiedsgericht werken.

42. OZB verhogen
De WOZ-waarde van woningen en bedrijven is in 2019 met respectievelijk 8% en 1% gestegen. Deze waardestijgingen worden niet gecompenseerd via de OZB-tarieven. Hierdoor stijgt de OZB-opbrengst woningen en de OZB-opbrengst niet-woningen.
Met de inkomsten uit het rioolrecht sparen we sinds enkele jaren een bedrag voor grootschalige investeringen in de toekomst, waardoor we de verhoging van het rioolrecht voor komende generaties kunnen beperken. We kiezen er voor dit spaarbedrag te halveren en in verband daarmee het rioolrecht te verlagen. Hiermee zetten we geoormerkt geld om in algemene middelen maar de lasten stijgen per saldo niet. De besparing wordt dan gerealiseerd door een verhoging van de OZB.

43. Afvalinzameling en -verwerking
In 2020 is een geactualiseerd afvalbeheerplan uitgewerkt waarin we een kosteneffectief en maatschappelijk verantwoord inzamelingssysteem kiezen datde grootst mogelijke winst behaalt in de mate van afvalscheiding. We verwachten door schaalvoordelen, en een goede samenwerking met bewoners de effecten van de bezuiniging kunnen minimaliseren. Met ingang van 2021 besparen we hiermee een bedrag van 532 duizend euro en we verwerken deze besparing in de afvalstoffenheffing. De besparing wordt gerealiseerd door een verhoging van de OZB.
In 2021 wordt deze hervorming niet gerealiseerd omdat een brede en zorgvuldige afweging meer tijd vergt. Daarom wordt voorgesteld (hervorming 5, 2021) de besparing voor 2021 te dekken uit de vrijval die ontstaat bij de rioolheffing en via een verhoging van de OZB wordt gerealiseerd.

44. Vrijval compensatieregeling OZB
De harmonisatie van de OZB heeft voor bedrijven in de oude gemeenten Haren en Ten Boer tot een forse lastenstijging geleid. Hiervoor is een compensatieregeling vastgesteld. Voor de compensatie is 1,080 miljoen euro beschikbaar. De werkelijke compensatie zal lager uitvallen.
De hervorming blijkt moeilijk te realiseren en vervalt daarom (zie opgave 36 van de begroting 2021).

45. Inzet weerstandsvermogen / AER
We streven aan het eind van de coalitieperiode naar een ratio van het weerstandsvermogen van 1,0. Gelet op de grote opgave accepteren we voor de kortere termijn een ratio van minimaal 0,8. Bij de inzet van het weerstandsvermogen wordt, naast deze ratio, ook gekeken naar de verhouding tussen harde reserves en niet direct beschikbaar weerstandsvermogen. Voor 2021 en 2022 zetten we respectievelijk 3,648 en 1,782 miljoen euro weerstandsvermogen in voor een sluitende begroting.

Het uitgangspunt bij het opstellen van de begroting 2019 is het financiële meerjarenbeeld. Bij het saldo van het meerjarenbeeld houden we vervolgens met de genoemde financiële knelpunten en dekkingsbronnen. Voor 2021 resulteert een tekort van 4,078 miljoen euro en voor 2022 resulteert een overschot van 1,353 miljoen euro. De tekorten en overschotten bij de begroting 2019 (2019 t/m 2022) verrekenen we met de AER en zijn per saldo meerjarig neutraal.
Bij de dekkingsmogelijkheden in de begroting 2019 houden we rekening met een ruil van incidentele met structurele middelen. We spelen incidentele middelen vrij die zijn bestemd voor investeringen door de kapitaallasten structureel te dekken in de begroting. In totaal gaat het om een bedrag van 30 miljoen euro. Dit bedrag zetten we in als incidentele dekking in 2019 en 2020. De structurele lasten lopen in 2021 nog op met 904 duizend euro.

46. Taken organisatie (inclusief externe inhuur)
We beperken het aantal externen dat door ons wordt ingehuurd en heroverwegen taken die we als organisatie uitvoeren. We verwachten vanaf 2021 een besparing van 1,5 miljoen euro en vanaf 2022 een besparing van 3,0 miljoen euro (In 2020 is al rekening gehouden met een structurele besparing van 3 miljoen euro).

47. Herstructurering medezeggenschap
Er is overleg tussen de gemeentesecretaris en de OR als gevolg de discussie over concernsturing en de herstructurering van de medezeggenschap. In onze begroting is de minimale variant voor ondersteuning meegenomen. Deze besparing is de financiële verwerking van de koers die is ingezet. Dit kan alleen worden gerealiseerd met instemming van de OR. We gaan uit van een besparing van 123 duizend euro in 2020. In 2021 loopt de besparing op met 122 duizend euro (tot 245 duizend euro structureel vanaf 2021).

48. Verstrekking hardware ICT middelen
De afgelopen jaren is een stijging in de uitgifte van ICT middelen waarneembaar (onder andere iPads en laptops). Dit past binnen de visie om medewerkers te voorzien van moderne ICT voorzieningen. Daarbij zien we dat deze middelen niet overal effectief worden ingezet. Er is hierbij soms gering gebruik zichtbaar of een langere tijd geen gebruik. Daarnaast zijn er ook werknemers met dubbele ICT voorzieningen. Een efficiëntere inzet van de ICT middelen zal moeten leiden tot lagere lasten. De besparing loopt in de periode 2020-2023 stapsgewijs op tot structureel 80 duizend euro vanaf 2023.

Deze pagina is gebouwd op 11/16/2020 09:56:27 met de export van 11/16/2020 09:41:12